Bij de Rietlanden klom ik via mijn fiets op de muur, daarna takelde ik de fiets met een touw omhoog.
-
De Rietlanden (midden in het Oostelijk Havengebied) was vroeger een spooremplacement. Tegenwoordig is het gebied bebouwd met woningen.
Mijn vader was vroeger inspecteur van de vakgroep reinigingsbedrijven. In de winter was hij een keer uitgegleden in de sneeuw, daarom lag hij op bed. Er belden twee glazenwassers aan om kolen te gaan pikken aan de Kruislaan. Dat deden we in de oorlogstijd. Mijn vader kon niet mee, dus vroegen ze mij. Ik was daar erg handig in. Zeker één keer per week ging ik op de fiets naar de Rietlanden. Daar was een spoorwegemplacement met wagons vol kolen. Bij elke trein stond een Duitser met een geweer. Maar ik had kolen ontdekt achter een hoge muur door op mijn fiets te gaan staan. Vanaf de weg was er niets van te zien. Als ik kolen ging pikken bij de Rietlanden klom ik altijd via mijn fiets op de muur, daarna takelde ik de fiets met een touw (om het zadel en het stuur geslagen) omhoog en liet hem aan de andere kant weer zakken. Zo was ik helemaal uit het zicht. Dan vulde ik een lege juten zak vol met kolen. Ik takelde kolen en fiets vervolgens weer over de muur naar de andere kant en sprong via de kolenzak op de bagagedrager weer op de grond.
Aan de Kruislaan viel die dag niets te halen en ik nam de glazenwassers mee naar de Rietlanden. Daar waren ook geen kolen, maar er was wel een grote schuur waar vrachtwagens konden lossen (een dok). Ik klom daarin en vond loszittende planken die we loswrikten met een ijzeren staaf. Daarna kwamen er hele balken los. Met een enorme berg hout kwamen we thuis. Later zeiden de glazenwassers tegen mijn vader: “We dachten dat je dochter een dame was, maar het is een polderkerel." Het grappige is dat ik later getrouwd ben met een Polderman.
Ron
Jo
Cornelis
Rene
O.
Frits
Keesje Brijde
Op die 13e december werd ik uit de klas gehaald. Mijn moeder vertelde, dat Keesje was doodgeschoten en we zijn toen van de Linnaeusschool in de 2e Oosterparkstraat naar de Benkoelenstraat gelopen. Mijn moeder, Jansje Brijde, was de oudste van de 13 kinderen en op het moment van het gebeurde, waren er al een paar de deur uit. Daar ik het 1e kleinkind was, werd ik door Keesje op zijn manier verwend en ik mocht bij hem voorop de fiets zitten, zijn broer Jan niet en die was even oud als ik. Keesje was opgebaard in de slaapkamer aan de Javastraat en daar heb ik afscheid van hem genomen.Wat ik in alle verhalen mis, is het feit, dat Keesje met 2 vrienden naar de Rietlanden was om kolen te zoeken. Wat ik mij kan herinneren is, dat de kogel van de landwacht in de zij van de jongen Gouloze was geschoten, dat de jongen Zijlstra zich achterover had laten vallen en dat daarna Keesje de kogel in zijn hals kreeg. Ik had ook zeer lange tijd niet geweten wie de 3e jongen was en pas enkele jaren geleden hoorde ik van zijn broer Cor Zijlstra, dat het zijn broer geweest was. Ik kan uit mijn jonge jaren beamen, dat Kees een moordgoser was. We zijn ook samen gaan vissen in het lozingskanaal of Amsterdam-Rijn kanaal en in de oorlog werden ook de witvissen gegeten. Het gedicht over Keesje Brijde kende ik vroeger uit mijn hoofd en is volgens mij gemaakt door de cafe-eigenaar aan de overkant in de Javastraat.
Re: Met de trein naar school
Ook ik woonde in de kraaijenhoffstraat 12 -2hg op de hoek ,beneden was de kleuterschool en schuintegen over ons de ruyterschool. (
Kwamen daar terecht door een brand op zolder,er woonde een zwakzinnige met moeder op de 3de etage en hij sliep op zolder .Na de brand konden we niet meer terug .Ik (en de rest) woonde (en geboren) op de kattenburgerkade in een 2kamer woning met ze 7enen .Zat op de kleuterschool "de geranium' ) Op de oosthandelskade tegenover het mariniersplein/kattenburg waren we weleens aan het kijken (en nieuwsgierig ) ,daar liepen hele donkere mannen rond .Dat waren werklui ,wisten wij veel .Ja dat we zo snel mogelijk weer naar huis rende en veilig waren.
We keken uit op het rangeerterrein en Van Gend en Loos ,de chauffeurs voetbalde altijd in de schafttijd tegen over ons .(Heb zo mijn man leren kennen, alweer 45 jaar geleden).We hadden het erg arm en ik moest vaak mee naar het spoor helpen kooltjes zoeken die er naast waren gevallen. Me vader zat natuurlijk op de eerste rij want hij zag de kolentreinstellen op en aan rijden op het rangeerterrein . Was altijd erg bang dat we werden gesnapt..(
Hebben op die manier toch heel wat warmte kunnen krijgen. )
Schaamde me vreselijk als een 'bekende'me zag. Logisch ,op die leeftijd wil je dit niet meemaken. Dan hoorde ik het wel weer de volgende dag op school met gepest als gevolg. Als andere kinderen aan het spelen waren moesten wij mee helpen in de huishouding.Onze ouders waren intussen gescheiden en wij 10 en 8 jaar oud moesten helpen met het huishouden .(kom daar nu eens mee aanzetten) De armoed van toen herinner ik me maar al te goed .We ( ik had nog een 2 jaar oudere zus Hennie en een 2 jaar jonger broertje Bennie ) kregen van de steun en via de school schoolkleding .2 keer per jaar,zomer/winter .Dat was heel herkenbaar : houtje touwtje zwartejas met muts, lange kousen ,grove "stevige' schoenen, ondergoed.Vreselijk en dat ging jaren zo. Nu begrijp je het beter maar toen echt niet.Als we dat toen niet hadden gekregen liepen we waarschijnlijk in veel te grote matenkleding die al vast vele keren waren gedragen.Ook van de kerk kregen we voedsel en eieren met pasen.Met kerst kwamen ze met een krentenbrood ,maar die haalde de kerstdagen niet .We zaten op de leeghwaterschool ,en bij de uitgang/poort zat links een clubgebouw 'de kajuit' .Daar werden spelletjes gedaan maar je kon er ook knutselen. Ook kon je soms mee naar bosplan met een grote groep van de club ,weet alleen niet meer hoe we daar kwamen. Op 4 mei gingen we (bijna ) elk jaar naar het graf van Keessie, wie niet ? Maar waren meestal wel met meerdere ,nooit alleen. Daar was het te afgelegen voor. Was een apart gebied ,maar ook wel spannend weer. Ja en dan word je wat ouder/wijzer en krijg je andere intresse's .Zo trouwde ik jong en verhuisde we naar de jordaan (egelantierssgracht 126 ) ,het was de geboorte woning van me man .Ook onze zoon is er geboren. Hebben er 7 jaar gewoond en moesten verhuizen i.v.m platgooien van de panden. Daar kwamen weer mooie en duurdere huizen vooer terug ,die voor de gewone man met de pet niet meer te betalen waren . Kwamen toen in slotermeer terecht,na 18 jaar daar gewoond te hebben .Hebben we een nieuwe start gemaakt in Almere en daar wonen we nu alweer 18 jaar.
Re: Sjaak Rigter
Ja. ik ben inderdaad ruud z'n oudste broerSjaak
keesje
ik ben frans nauta geb 8.6.59 wij woonden in de C.peterstraat
mijn Vader was kolenman,ikweet nog zijn eerste baas was heezik dacht ik
het schaft huisje was wit en daar naast was volgens mij het graf van keesje
ik ging na school op de fiets over de lucht brug daar heen
mijn vader had het verhaal verteld van keesje,en ik vond dit zo erg dat ik daar vaak heb gezeten
ik heb dit verhaal ook weer aan mijn kinderen verteld
Mijn oom
Ik ben geboren in 1953 en door mijn vader Jacob Brijde vernoemd naar zijn broertje Keesje.
Het verhaal is een deel van mijn leven geworden. Ik herrinner mij bijvoorbeeld nog de boekjes die op de lagere school werden uitgedeeld rond 4 mei. Daar stond dan het fotootje en het gedicht van Keesje in. Ik moest voor de klas gaan staan en het verhaal vertellen. Later ging ik vaak met dodenherdenking naar de rietlanden samen met mijn vader. Mijn oom Jan Brijde was daar dan ook altijd. Zo groei je er dus mee op. Het is mooi dat we op deze manier via dit forum nog onze ervaringen kunnen delen. Ook de fotootjes spreken voor zich. Het is indrukwekkend en aangrijpend om al die verschillende reacties te lezen. Tenslotte wil ik graag de initiatiefnemers van dit forum bedanken.
Cees Brijde (13 november 2012)
Re: Re: kolen
Dan is Irene een volle nicht van mij. Mijn vader is ome Sander en ze noemden hem Moppie en mijn zuster heette Coby, Wij woonden in de Christiaan de Wetstraat 64 hs en ik herrinner me ome Bas en tante Louise nog goed. Ook dat Opa en Oma van der Reijden in de Louis Bothastraat woonden naast tante Marie. Tante Jans (jongste zus van je vader) heeft haar eerste zoon naar ome Bas vernoemd!
Weet nier of je je mij nog herrinnert?
Groet
Re: kolen
Hoi Irene,
Felix????Je bedoelt (A)Lex van der Reijden? Hoe dan ook hij had het over zijn oom Bas die in de Ben Viljoenstraat of de Hofmeyrstraat
woonde. Ik denk dat jullie dan familie van elkaar zijn.
Op je vraag of onze ouders een kolenzaak in de Hofmeyrstraat
hadden, kan ik - hoewel het wel voor mijn beurt is, want de vraag was aan mijn zus Yvonne gesteld- kan ik met ja beantwoorden.
Ik weet nog goed te herinneren dat sommige kinderen inderdaad zakjes kolen met de slee kwamen halen. Scheelde heel wat gesjouw.
Groetjes,
Alida Kamstra.
.
kolen
Yvonne Kamstra hebben jullie in de hofmeier straat gewoond?aan de kant van de tugelaweg.En daar aan huis kolen verkocht. Ik weet dat ik op de slee daar kolen moest halen.
Irene van der Reijden
-----------------------------------------
Hoi Irene,
Ik had vanmorgen een gesprek met Lex van der Reijden
(vroeger Sannie genoemd en zijn jeugd doorgebracht in de Chr.de Wetstraat). Hij vraagt zich af of jij een dochter bent of familie van zijn oom Bas?
Groetjes,
Alida Kamstra
----------------------------------------
Ja mijn vader hete Bas en moeder louize,wij woonde Ben Viljoenstraat 4 3 hoog.met zeven kinderen. opa en oma woonde in de louis botastraat op de hoek.maar geen idee wie Felix is?Ik was een na de jongste van het stel, geb in 1946.
Irene van der Reijden
--------------------------------------
Woonde je daar of niet.
Irene van der Reijden
------------------------------------
Keesje!
Mijn vader Cor Kamstra sr was kolenboer in amsterdam en had zijn opslagplaats in de Rietlanden. Elke keer weer als wij langs dat gedenksteen kwamen..vertelde hij over dat jongetje dat daar kooltjes aan het zoeken was en dood geschoten werd.Ik was nog maar een kind en dit verhaal heeft altijd diepe indruk op mij gemaakt en ik ben het ook nooit vergeten.
Re: Kolen in de Rietlanden - Cobi Hokke
Cobi Hokke
Hallo Boy Zoet,
mogelijk een naamsverwarring want op de Baweanstr. 11-2
woonde het gezin van Arie Hokke(1899) en één van de kinderen
heet Josephina Jacoba Hokke(1932) (Cobi?), maar die trouwt in 1952 !
Misschien bedoel je zus
Pieternella Johanna (geb. 28 okt '30 overl. 6 maart '45)
Groet,
Leon de Laat
Gesol met monumentje voor Keesje Brijde
Gelezen in het boek Het Amsterdams Oostelijk Havengebied gefotografeerd 1974-2002 met tekst van Geert Mak:
Tekenend voor de desoriëntatie is het gesol met het monumentje voor Keesje Brijde, een jongetje dat op 13 december 1944 door een Duitse soldaat was doodgeschoten toen hij op de Rietlanden kooltjes zocht. Als herinnering werd vlak na de oorlog op de plaats waar Keesje viel door liefdevolle buurtbewoners een kruis getimmerd, met zijn naam en een aandoenlijk gedicht.
Bij de nieuwe inrichting van het gebied ging het stadsdeel echter met het monumentje aan de wandel. Er werd op een heel andere plek, op Sporenburg, een apart plantsoen voor gemaakt, het Kees Brijdeplantsoen - hoewel de tragiek van deze geschiedenis nu net lag in de naam: 'Keesje.' Op geen enkele manier werd rekening gehouden met het feit dat het drama zich heel ergens anders had afgespeeld. Het monument voor de gevallenen aan het Weteringcircuit gaan we toch ook niet naar het Leidseplein verplaatsen ? Maar wie nu voor Keesje Brijde op de originele plek een bosje bloemen wil neerleggen zal moeten zoeken en gokken: ergens op de Rietlanden, ongeveer op de plaats waar de toekomstige sneltram de tunnel induikt, midden voor het Rietlandenterras.
Aldus Geert Mak in 2002
P.S. Het plantsoen wordt nu, anno 2012, het Keesje Brijdeplantsoen genoemd, terwijl de sneltram inmiddels ook naar IJburg rijdt. JH
Het kruisje van de liefdevolle buurtbewoners op de plek waar Keesje is doodgeschoten. Op de achtergrond het Lloydhotel. -
.
Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam
Kolen in de Rietlanden - Cobi Hokke
Het verhaal van Keesje is mij ook bekend, echter, ik heb nergens iets gelezen over het meisje Cobi Hokke, uit de Baweanstraat, die ook op de Rietlanden is doodgeschoten, terwijl dit toch ook in hetzelfde jaar gebeurd is.
Weet iemand hier wat van ?
Boy Zoet
Met de trein naar school
We woonden in kraaijenhoffstraat nog geen 900 meter van de rietlanden en 300 meter van het spoorhek aan de overkant bij ons.
de spoorwegpolitie was kind aan huis bij ons.
Ik pakte daar de goedere trein die reed niet zo hard en sprong er bij leeghwaterschool weer van af klom over het hek en stond op het speelplein.
Wij zetten altijd paarden bloemetjes neer bij keessie als we op de rietlanden waren ook voor kooltjes en dat was vaak , ook haalden we foto`s van schepen bij de holland amerika lijn naast het loyd hotel .
Volgens de verhalen in de buurt was die vanaf stond er een mitrailleursnest op de luchtbrug.
Die luchtbrug ging dwars over het hele rangeer gebied.
Vaak viste ik daar in de haven bij de treinpont met me vader.
Ook pakten we het treintje voor me deur naar artis waar we achter de olifantenkooien eraf sprongen en daar naar binnen gingen.
als we vluchten voor de politie gingen we op 1 naar boven en renden de hele zolder over naar de andere kant weer naar buiten.
Het was constant vechtend naar school met de buurtjongens van andere straten.
Sjaak Rigter
Wij woonden in de oorlogsjaren in de Bankastr. Mijn vader werkte in de Rietlanden bij de spoorwegen.
Na de oorlog zijn we verhuist naar de rietlanden.Tot aan zijn dood in 1966 heeft hij het grafje van Keesje altijd onderhouden.
Sjaak Rigter.
-----------------------------------
Ik, Simon van Straaten , woonde in de Boetenstr.34 en wij gingen met 'n hele groep regelmatig naarde rietlanden ook omdat mijn vader op de Ertskade bij de Humber kolenopslag werkte.
Sjaak ben jij 'n broer van Ruud , die helaas is overleden, en in het O.L.V.G heeft gewerkt.
Ik ben 'n collega van hem geweest en heb hem ongeveer 15 jaar meegemaakt.
Simon van Straaten
Technische dienst OLVG 1965-2003
Kees Brijde
Nog wat aanvullende informatie over de tragische gebeurtenis in de Rietlanden:
Het gebied was verboden terrein en werd bewaakt. Als de kinderen betrapt werden, sloot de Duitse chef van de spoorwegen hen soms op zonder eten of drinken in een speciale wagon. “Als ik jou nog één keer te pakken krijg, schiet ik je dood!” had een landwachter, een soort politieagent, gedreigd.
Op de ochtend van 13 december 1944 waren Keesje en zijn vriend Floris Goulooze weer kolen aan het zoeken. Het was koud, overal lag sneeuw. Keesje en Floris hadden een wagon ontdekt met heel kleine kooltjes. Die brandden erg goed. Ze knielden op de grond en pulkten het onderste plankje van de wagon los. Met een harkje schoven ze de kooltjes naar buiten in een jute zak. Opeens viel er een schot.
Keesje werd getroffen in zijn nek. Zwaargewond werd hij naar het ziekenhuis gebracht. Daar overleed hij.
Het kruis is vlak na de oorlog door twee verzetsmensen neergezet. Bewoners van de Indische Buurt en personeelsleden van de NS namen het monument onder hun hoede. In 2000 heeft het monument voor Keesje Brijde een definitieve plek gekregen op het Keesje Brijdeplantsoen op Sporenburg.
Adri den Houdijker
Monumentje Kees Brijde -
Van oorsprong was het monumentje in de vorm van een graf.
Monumentje Kees Brijde -
Hier het kruisje voor het gebouw van de Int.Soc.Geschiedenis .
Keesje Brijde
6 mei 2011. Toen ik vanmiddag bij het monument van Keesje Brijde was om een paar foto's te nemen raakte ik in gesprek met Adri den Houdijker (58) die mij vertelde vroeger op de Rietlanden, zoals het hele gebied toen heette, gewerkt te hebben bij de spoorwegen. Het was toen een groot rangeerterrein. De kolen werden aangevoerd in kolenbakken. Er viel natuurlijk wel eens wat af. Ook in de 2e W.O. was dat het geval. De mensen zochten er naar kolen en sintels, wat door de Duitsers verboden was. Keesje Brijde werd het slachtoffer. Adri heeft In de jaren 80 een aantal jaren op 4 mei de vlag gehesen en om 20.15 uur weer gestreken.
Hij vertelde ook nog dat het houten kruis nog steeds het originele is. Het monumentje heeft eerst op 3 andere plekken gestaan. In eerste instantie stond het in het begin van dit gebied (Sporenburg) waar het voorval heeft plaatsgevonden. Tot aan de bouw van de Piet Heintunnel heeft het in die omgeving gestaan. Toen is het verplaatst naar weer een andere plek op Sporenburg en nu heeft het zijn defintieve plaats op het Keesje Brijdeplantsoen. Op 4 mei j.l. was daar dus de herdenking.
Met dank aan Adri den Houdijker.
Het monumentje op 6 mei 2011. -
Foto: Adri den Houdijker
Keesje Brijde (01-09-1931 - 13-12-1944)
Bron: www.zeeburgnieuws.nl
De havens werden tijdens de oorlog door de Duitsers gebruikt om goederen aan te voeren voor hun troepen.
Bij de bewoners in de omringende wijken is dit goed bekend.
Kinderen gaan op strooptocht om zoek naar brandbare sintels of iets eetbaars.
Ook Keesje Brijde was tijdens de beruchte hongerwinter in het oostelijk havengebied op pad.
Echter De Rietlanden zijn tot 'Sperrgebiet' verklaard en Keesje is daar het slachtoffer van.
Een NSB-er of een lid van de Grüne Polizei, schiet hem zonder pardon neer.
In allerijl wordt hij overgebracht naar het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, waar hij na een dag overlijdt.
Met paard en wagen wordt hij naar de Oosterbegraafplaats gebracht waar hij uiteindelijk begraven wordt.
Het kruis dat na de oorlog op de vermoedelijke plek van de moord is getimmerd, houdt samen met een aan Keesje gewijd gedicht de herinnering aan deze gebeurtenis levend.
Op 28 april 2010 ontving zeeburgnieuws.nl het volgende email:
"Wanneer wordt nu eens duidelijk aangegeven dat Keesje destijds niet is doodgeschoten door een Duitser maar door een Hollandse Landwachter die daaropvolgend een enorme rotschop van de Duitser mocht ontvangen?
Ik was hier namelijk zelf getuige van als schoolmaat van Keesje."
H.K.
Links is Keesje Brijde
Keesje Brijdeplantsoen -
Een 7-luik met foto's van het monumentje van Kees Brijde op de Panamakade, genomen op 5 mei 2011. Op 4 mei was er een herdenking waarbij bloemen bij het monumentje werden gelegd.
Foto's: Jo Haen.
Kolen pikken
In de laatste oorlogswinter riep mijn vader me mijn warme bed uit met de mededeling dat op de spoordijk langs de Celebestraat een trein stond met open kolenwagens.
Ik woonde toen aan het begin van de Madurastraat.
Ik kleedde me snel aan, schoot in een paar klompen en ging met een juten zak en een schepje naar de spoordijk.
Ik had al een beetje kolen in de zak, toen iemand op het idee kwam de haken van de klep van de wagen los te maken.
Toen hoefde je slechts de zak onder de vallende kolen te houden. Maar juist toen ik de zak onder de kolenstroom had, schreeuwde een man: 'Daar komen de Groenen'. We maakten dat we weg kwamen.
Ik met een matig gevulde zak en op één klomp. Weer thuisgekomen zag ik dat er nog een paar mannen bij de kolenwagens aan het werk waren. Er kwam helemaal geen Grüne Polizei. Ik denk dat die lui alarm sloegen uit eigen belang.
In het boek "De Laatste Winter' geschreven door Willem F. van Breen staat het verhaal over de kolentrein ook beschreven.
Later bleek dat we bij dezelfde trein 'aan het werk' zijn geweest..
Van Breen deed dat verderop in de Celebesstraat.
In zijn boek beschrijft hij het leven in de Indische- en Transvaalbuurt van vlak vóór en tijdens de oorlogsjaren.
Voor geïnteresseerden naar het boek: ISBN nr. 90-9013597-9 NUGI 646.
Zijn boek droeg hij op aan de drie gefusilleerden op 15-12-1944 op de Tugelaweg Amsterdam,
nl. Jan Hendrik Faber, August van Ginkel en Dirk de Bruin.
Gerard Koopmans
Keesje Brijde het gedicht van zijn graf
Op 13-december 1944 werd op deze plek Keesje Brijde, een jongen uit de Benkoelenstraat, door leden van de Grune-polizei (de Duitse bezetters in 1940-1945)bij het zoeken van sintels doodgeschoten..........
Onderstaand gedicht werd aan hem gewijd.
In Memoriam Keesje Brijde
Keesje is een kleine jongen,
Amper 13 jaar misschien,
Keesje wil zijn moeder helpen !
Kan haar getob niet langer-zien.
Moeder heeft nu kolen noodig
Om het kacheltje te stoken
Keesje is niet overbodig,
Wil de schoorsteen weer doen rooken.
’s Morgens in het kille duister
Komt hij vlug en kwiek uit bed,
“Dag Moeder” klinkt zijn gefluister
“Ik ben terug, voor je er op let”.
In zijn sjofele, dunne kleeren,
Met een hongerige maag,
Zoo zag ik hem heel wat keeren
Ach wat was het nog een blaag.
Kooltjes rapen, voor zijn Moeder.
’t Ventje deed al vroeg zijn best.
En hij was zijn broertjes hoeder
Tot die kogel kwam ten lest.
Kleine Amsterdamsche jongen,
Kleine deugniet van de straat,
Deze wensch op aller tongen:
God straffe dien overlaat.
Die met zijn vervloekte wapen
Kleine kinderen niet ontzag !
En jou voor wat kooltjes rapen !
Stuurde naar dat kille graf …………….
Rijmelaar.
Ik heb het graf van Keesje al 17 jaar niet meer gezien, ik ben zelf 26 en heb niks van de oorlog meegemaakt.
Maar het gedicht op zijn graf heeft me geraakt toen en nu nog steeds.
Ik heb het gedicht geschreven zoals het precies op het bordje stond op zijn graf.
Ik vond dat het hier ook bij hoort te staan.
Margaretha Bijlsma
Het monumentje voor Keesje Brijde. -
Foto genomen op 5 mei 2011. Op de avond van 4 mei was er een herdenking waarbij bloemen werden gelegd.
Foto: Jo Haen
Foto Keesje en het gedicht -
Foto: Jo Haen
Altijd een bloemetje voor Keesje
We waren er al vroeg bij: Pieter Tjaardsma, Repke en Koos Bruinsma en ik (Javastraat 156 rechts naast Polderman, de kolenboer).
We zullen een jaar of 7 zijn geweest toen we al regelmatig naar de haven gingen, de Oranjesluizen, het 5 centen badje of naar het Jodemanussie.
Hadden we vrij dan gingen we eerst even enteren onder brug over het Lozingskanaal, dan naar het abbatoir en volgens mij was het op de vrijdag altijd druk door het Vrijbankvlees en vervolgens gingen we naar de haven, want mijn vader was een tijdje wachtsman bij de KNSM.
Wij kwamen dan altijd langs het graf van Keesje en namen wat bloemetjes mee (paardebloemen of zo) en zetten dit bij het zijn grafje.
Althans er stond een kruis met het verhaal van Keesje er bij. Toen dachten we dat hij daar ook lag, maar dat zal achteraf wel niet zo zijn geweest.
Vervolgens gingen we treintje pikken op het Rangeerterrein Rietlanden (op een rijdende wagon springen) of gooiden voor de lol wat wissels om.
Daarna over de luchtbrug naar de haven en melden we ons netjes bij de portier van de KNSM en mochten we doorlopen naar mijn vader. Daar gingen we natuurlijk niet naar toe, maar zwierven over het terrein.
Er was altijd wel wat te doen en bij controle zocht ik mijn vader. Altijd een goeie smoes.
Geweldige tijd.
Zeno Roos