Erik heeft veel goede herinneringen aan het Amstelstation en de directe omgeving daarvan.
-
In 1939 werd dit beeld van Theo van Reyn in het Amstelstation geplaatst. Het draagt de naam "Terugblik".
Aan de voorgevel van het station werd nog een beeld van Theo van Reyn geplaatst, dit brons verbeeldt `Toekomst van de Spoorwegen `
Foto van ...., gemaakt in ...
Met:
Er zijn veel reacties verschenen onder het stukje 'hangjongeren van toen '. Diverse inzenders halen herinneringen op aan hun jeugd in de de Wetbuurt. Voor een aantal was het Amstelstation vroeger de plek waar zij rondhingen en soms muziek maakten. Het beeld bij de trap was hun ontmoetingsplaats. Niet zo lang geleden heeft een aantal van hen opnieuw afgesproken om elkaar te ontmoeten bij het Amstelstation en kennelijk is dat een geanimeerd uitstapje geworden. Erik Bouwman maakte bovenstaand gedicht over het beeld.
Hij schrijft ter verduidelijking van zijn gedicht.
'Slechts een turf of drie hoog, was ik al gefascineerd door dit beeld. In mijn prilste puberteit sloeg dit over in een platonische, maar diep gekoesterde liefde die tot op de dag van vandaag niet meer over zal gaan. In het besef dat ik bij lange na niet de enige was die dergelijke gevoelens koesterde - er bestonden zelfs leeftijdsgenoten van de andere kunne die er eender over dachten in een tijdperk waarin Opzij ( behalve bij tante Bet op de Zeedijk) nog geen begrip was - zag ik haar onlangs weer, precies zo als die drie turven het zich herinnerde: even mooi en even eenzaam.
Een gevoel van schaamte kon niet langer onderdrukt worden, ondanks het feit dat ik me meermaals per jaar koesterde in de mooiste dialogen met haar, die geen woorden hiervoor nodig had.
Daar liepen wij, op die mooie augustusmorgen over de Ooster en door Jerusalem (Tijdens een verhalenwandeling GvO; opmerking M.Karpe) en daar hingen wij ,nog geen maand later, in een kuil die niet door ons gegraven was maar waar wij - verzamelde Hangjeugd van Toen - met liefde inflikkerden. Weer later ( tijdens verhalenwandeling in Betondorp; opmerking M.K.) koesterden we het Beton waar wij als kind zo'n hekel aan hadden: stonden stil bij Nummer 14 en De Avonden en dat op klaarlichte dag.
De harde kern der Hangjeugd van Toen - inmiddels aangevuld met een verre neef van het oude Singel - vond elkaar weer en besloot zelfs op gezette tijden weer gezamenlijk Om te vallen.
Diep in ons binnenste wisten we natuurlijk dat er tijdens al dit leuks een was die tevergeefs op ons wachtte. Turend over alle smakeloze commercie naar die afbeelding uit een tijd waarin kunst nog als ambacht werd bedreven en geruggensteund door vergelijkbare sereniteit zat zij in al haar schroomloze openheid te wachten op dat stel schoffies van weleer. Schoffies die haar weliswaar na al die jaren pas van een naam hadden voorzien maar die het verder voor gezien hielden.
Drie wandelloopjes waren al aan haar voorbij gegaan en de helft van de Watergraafsmeer herontdekt (gefluisterd wordt reeds omtrent de Jaap Edenbaan, in verband met diens 50-jarig bestaan). Bevallig legt het Naakt van Steen haar lokken in de ondersteunende hand en denkt "Wanneer ben ik eens aan de beurt ?".
Maar spreken doet zij niet .'
Jo
Ron
Rene
Sir Edwin en het Masker des Doods (13)
Sir Edwin lag vol op z'n platte bek. Dagen had het hem gekost om zich op te raffen de straat op te gaan en nu dit! "Sodeju!", bezigde de vroegere ridder een krachtterm, om er -zich omdraaiend- meteen aan toe te voegen: "God zal míj bewaren!", terwijl hij niet eens zo gelovig was. Vanonder twee dicht bij elkaar staande ijskoude oogjes lachtte een bek vol tanden hem breedgrijnzend en voldaan toe, terwijl een dikke gepanserde staart Sir Edwin bijkans opnieuw tegen de straattegels smakte. Elvis had genoeg gegeten, maar een dessertje ging er altijd nog wel in. Log draaide het zes meter twaalf lange gevaarte zijn zeven honderd en drie kilo richting de ranke ridder van weleer, terwijl het bloederig kwijlend langzaam z'n enorme muil opende waaruit een voorwereldlijke bastoon klonk die Hans de Hont hem op het hoogtepunt van diens Maskers-carriére niet had kunnen verbeteren.
"Zie je nou wel dat ie thuis was", haalde de Staart haar gelijk bij de rest van de groep, om er meteen aan toe te voegen: "Maar hij ziet er uit alsof ie de spoken uit de molen ziet!" De door vrolijke lenteheggen omzoomde tuintjes op het Fahrenheitsingel belemmerden de Hangjeugd van Toen een vrije kijk op het monster dat hun vriend en strijdmakker bedreigde, maar dat duurde niet lang. Met een wilde zwiep van zijn enorme staart ontaardde Elvis heggen, boompjes en plaggen die met oerkracht richting het oude gezelschap vlogen. "Ach, het is maar een krokodil, zij het een grote", poogde de grijze gek het naderende gevaar te bagitaliseren, terwijl hij zekerheidshalve de wild wegrennende meute met een hem niet toe te dichten tempo binnen de kortste keren inhaalde, op de voet gevolgd door een ridder in nood. Grote nood.
"H...heb je dat gezien?", hijgde Sir Edwin naast hem, alsof Pearl er aan te pas zou moeten komen om het meterslange monster te kunnen ontwaarden, dat weliswaar met logge stappen, maar toch met onvermoedde snelheid terrein aan het winnen leek, blij er mogelijk ook nog een dinertje uit te slepen. "Brullll!", deed Elvis en "Heeeeelp", klonk het van de kant van zij, die lang genoeg hadden gehangen en er plots een uiterst tevig tempo ten toon spreidden. Bovenaan de dijk van de Keulse Vaart bezag een eenzame fietser het ongelijke strijdtoneel, draaide zich om en floot scherp op z'n vingers. Vanaf de andere kant van het water zette zich het oude pontje van Ome Bertus in beweging alsof het alle tijd van de wereld had, die op dat moment even stil leek te hebben gestaan.
Sir Edwin en het Masker des Doods (12)
"Heb je dát gelezen in het Parool", vroeg Lange Con aan niemand in het bijzonder, terwijl ze snel aanschoof bij de Hanglunch op de Omval.
"Wij lezen de Telegraaf, dus niet, dus vertel", klonk het bijna in koor.
"Om te gillen gewoon", hield Con, blij dat zij als enige een kwaliteitskrant las, de anderen bij de les. "Dus jullie weten het niet, dat van Elvis?"
"Elvis is dood", bromde de grijze gek met iets van weemoed in zijn stem, hetgeen deed vermoeden dat wat hem betrof de mollige zwoelrockcrooner met de slaapkamerogen best nog een paar jaartjes door had mogen gaan.
"Mispoes, Elvis lééft!", straalde de lange.
"Miss Poes in een kutje en jij leest de verkeerde kranten", schamperde de grijze, terwijl Guus op de achtergrond Blue Suede Shoes inzette, waar kleine Con al bij voorbaat vinnig naar uithaalde. "Spreek toch niet altijd voor je beurt, Bouw", fluisterde ze. "Maar vertel, Con; hoezo leeft Elvis?"
"Nou, ze hebben 'm gisteravond in Frankendael waargenomen en ooggetuigen zeggen dat ie richting de Wetbuurt is gezwommen."
"Lekker dan; zie jij die zwemmen met al dat metaal om z'n nek en aan z'n vingers en aan dat pak", schamperde de Staart.
"....Metaal.... pak? Waar hebben jullie het nú weer over?", verbaasde zich duidelijk de Lange Rooie die ook al aardig de grijze kant op ging. "Ik heb het wel over ónze Elvis, ja?"
"Is die eigenlijk ook niet dood, die Pim Maas?", wilde nu ook Akkie weten maar iedereen bleef het antwoord schuldig.
"Mens, luisteren jullie dan geen radio? Dat hek! Dat hek waar we als kinderen altijd over heen klommen om gratis in Artis te komen, nou dáár moet het gebeurd zijn", verduidelijkte Lange Con, waardoor nu écht iedereen de weg kwijt was. "Ze waren dat hek aan het restaureren en toen hebben een paar werklui wat planken schuin tegen dat hekwerk laten liggen en zo is het gebeurd", besloot ze triomfantelijk.
"Is wát gebeurd... wát is er dan met ons toeganspoortje gebeurd?", wilde de Staart nu toch wel het naadje van de netkous weten.
"Nou, daar overheen is ie ontsnapt; Elvis. Ze zijn in het reptielenhuis de riolering aan het vernieuwen en waren vergeten een hor of zo voor de opening te zetten, dus weg was ie; en toen over die plankjes, die ouwe Nijlkrokodil."
Sir Edwin en het Masker des Doods (11)
"Toen Ridder Neef Ridder Neef nog was, had hij een scharreltje en besloot er de blitz bij te maken door haar zijn maskerverzameling te laten zien."
"Maskerverzameling? Ik wist niet dat onze Sir Edwin zo'n muziekverzamelaar was", interumpeerde 32 de Staart, zich nog steeds niet op zijn gemakvoelend in de benevelde rookkroeg.
"Helemaal mis, Joop; onze Edwin verzamelt maskers waar ze in menig griezelfilm de vingers over af zouden bijten", grijnsde de Staart naar haar voorganger in jaartal. "Maar pas op wat er gebeurt! Komt dat mens die woning binnen en begint meteen te gillen dat ze er geen moment blijft, met al dat griezelige gedoe om haar heen. Maar onze Neef wilde scoren, natuurlijk."
"Gut, ik wist helemaal niet dat Sir Edwin zo'n rokkenjager was", raakte Joop 32 nu toch iets meer op zijn gemak. "Misschien houdt hij ook wel van een traantje...."
"Hee, 32; we zitten hier niet op SM maar in onze hangrookkroeg, en de enige die recht van janken heeft in dit land is onze koningin", schamperde de grijze gek.
"Precies, die bedoel ik ook", glom de oude electricien, die meteen weer door de Staart onderbroken werd met een: "Laat me nou effe verder gaan...
Dus dat mens zegt tegen tegen onze Ridder iets van 'als jij zo nodig uit dat harnas moet, later we dan naar m'n molen gaan. Nou, daar had ons oud roest wel oren naar; een heuse molen, daar had hij de daad nog nooit bedreven, dus hun in de auto en erheen. Moet je nagaan wat er toen gebeurde...!" Van louter spanning zette Joop 32 twee leesbrillen over elkaar op en liet Ilja de overige gasten even het schompes genieten.
"Komen ze boven en hij meteen uit het ijzer en zij uit het keurslijf en willen ze net de daad bij het woord voegen, begínt het me daar toch een partij te spoken! Wég concentratie en wég Ridder Neef, want als ie íets niet ziet zitten zijn het wel spoken! Dus als je het mij vraagt zit ie gewoon thuis tussen z'n veilige verzameling en kunnen we morgen bést even langs gaan. Zullen we meteen even afspreken voor een lunsie bij de Omval, dan gaan we daarna op zoek naar onze verdwenen ridder."
Klootjesvolk
Wat zijn wij toch een klootjesvolk
De Tros nou net nog waardig
De kwelbuis ons opperste genot
Maar zijn eigenlijk best wel aardig.
Wat zijn wij toch een klootjesvolk
Gooien met eieren en tomaten
Als er iemand dan haar hemd uit doet
Kunnen we het opeens niet laten.
Wat zijn wij toch een klootjesvolk
Blind starend naar een rode beha
En roepen trotser dan een pauw
Dat doet niemand haar ooit na.
Wat zijn wij toch een klootjesvolk
Zelfs een traan kan ons ontroeren
En vliegt een rockbitch naar Zweden toe
Gaat het land over z'n toeren.
Wat zijn wij toch een klootjesvolk
Van nichten maar ook neven
De mussen vallen van het dak
Maar ook wat hoop doet leven.
Wat zijn wij toch een klootjesvolk
Maar als ze daar staat, Anoek
Zit half het land met een harde paal
En de andere helft met een natte broek.
Re: Re: Bloot
sprak Anouk, alvorens die avond het podium te betreden.
Sir Edwin en het Masker des Doods (10)
Elvis lag met zijn vadsige lijf lekker in het lange gras aan het Fahrenheitsingel van de zon te genieten, maar begon langzamerhand toch wel een beetje honger te krijgen. Een lekker kippetje als lunch zou er best wel ingaan, dacht hij, terwijl een grote gaap hem overmande. Met kleine oogjes tuurde hij naar de overkant van het water, onwetend dat zich daar Sir Edwin's woning bevond, maar er zich op een of andere wijze toch toe aangetrokken voelend. Wie weet of het die richting uit ook nog wat te verhapstukken gaf, want aan deze kant van de sloot zag het er uitermate magertjes uit. Zich kort uitrekkend liep hij loom naar de kant van het water en liet zich in het kroos glijden, want die brug hield hij voor gezien. Dat was immers berg op. Traag, zoals het bij zijn postuur paste, klom hij de andere oever van het 'Singel op en bleef er even uitblazen. Maar wat was dat? Moeizaam rekte hij z'n vette hals uit om een zenige wielrenner na te staren die snel en kennelijk verontrust riching de Omval reed. Waar was dat goed voor, al die haast, dacht hij bij zichzelf, terwijl hij langzaam het kluchtje opschaffelde. Toch nog de hoogte in, maar intussen kon hij bijkans wel een Peking-eend verorberen. En hoe het knorde, daar vanonder! Loom draaide z'n bolle kop weer richting Sir Edwin en weer was Elvis plat. De stoeptegels op het korte paadje naar het portiek leken wel het stilleven van een oude Hollandse meester met een keur aan uitgelezen gevogelte dat er slechts op leek te wachten om door een kundige chef tot een meer dan smakelijke lunch bereid te worden. Zelfs een reiger lag erbij. "Dat kan nog lekker worden", dacht de vadsige veelvraat bij zichzelf, want reiger had hij nog nooit gegeten.
Zich geen zorgen makend over de kunsten van een geroutineerde chef hapte hij gretig toe.
Noord-oostwaarts, in het door een bijkans oranjekleurige hittegolf geplaagd Malmö vielen dertien musjes spontaan van een dak.
Re: Bloot
Een bloot gegeven
in het donker durf ik echt
wel mezelf te zijn
Bloot
Sinds jaar en dag geef ik mij bloot, en doe dat ook met verve
Voor u, voor hen, voor allemaal, wil ik geen spel bederve'.
Ik zit hier eervol en oprecht, in dit station z'n hal
Als iemand daar een stoot aan neemt, intereseert mij dat geen bal.
Ik zit hier als uw Wachtend Naakt, maar niemand ziet mij smachten
Ken als de laatste trein het station uit rijdt, best wel eenzame nachten.
Verman mij echter zo als het hoort, en doe mijn burgerplicht
Ben recht door zee en heel standvast, voor roddel nooit gezwicht.
Maar dag in dag uit laat ik een traan, van Steen die niemand ziet
Want wat er om mij heen gebeurt, doet toch wel iets verdriet.
Heeft u dat ook, zo vraag ik mij, van oost tot aan oud-west
Van noord tot zuid, ja heel het land: voelt u zich niet geflest?
Dat lachen en dat kontgedraai, dat geven zonder denken
Het kom maar binnen Sinterklaas, het bedienen op de wenken.
Geen nood, ik zit hier morgen weer, het zal mijn tijd wel duren
Ik zit hier braaf en leg nog niet, maar voel mij in de luren.
Ter compensatie (2)
Met een krachtige beweging trok ze haar grote legergroene leren slip omhoog en keek voor alle zekerheid of de naden van haar kousen recht zaten. Met haar bijpassende beha zat het wel goed en een paar zakdoekjes deden wonderen. Even speelde ze nog met de gedachte om die boksbeugel tussen haar jarretelgordel te stoppen, maar dat zag je waarschijnlijk van buiten. Toch wel handig, die oorlog, glimlachte ze tegen zichzelf in de spiegel, want het had haar een mooi lingeriesetje opgeleverd dankzij haar Kaiser-naaimachine, en die Mof had toch niks meer aan die leren jas in Scheveningen. Zo, nu nog even haar strengste zwarte onderwijzersjurk er overheen, dan haar spaarzame grijze lokken in een knotje en dan die schatten van rijglaarsjes.... nee, die hoge tot halverwege haar schamele dijen kon ze beter thuis laten. Tot slot haar keurig ingevette rietje onder de arm geklemd en klaar is juffrouw Buijs. "Ja, nu mag je wel weer naar je moeder toe, Bartje", lachte ze tegen het blote joch vol striemen op haar oude twijfelaar.
Vol goede moed zette ze er de pas in, op weg naar die oude school in de Kuil, onderweg al vast repeterend: "Alle kinderen zijn apen en apen eten noten, behalve Mies want die drinkt pies. Wim doet het met z'n zus Jet en Teun stookt een vuurtje bij Gijs. Terwijl het lam keest als een bok loopt in de weide een does naar het hok vol duiven en zijn die schapen van kinderen vandaag weer allemaal gigantisch de lul!" Tevreden met haar ezelsbruggetje opende juffrouw Buijs de deur van de Abraham van Riebeeckschool. Wat haar betrof kon de les beginnen.
Sir Edwin en het Masker des Doods (9)
"Naar het oosten, alsmaar naar het oosten, net als Professor Zonnebloem", sprak de Wetbuurtfilosoof filosofisch, té fit om ook maar een moment aan internetvervuiling te denken, terwijl hij na een vitaliserende Red Bull met zijn racefiets op de rug het trapje van de Omval naar de Kuil afdaalde. "Rust roest en roest is slecht voor het Nobele Ondergoed onder het harnas van Ridder Neef; dat geeft alleen maar bruine vlekken", verantwoorde hij tegenover zichzelf de koene daad die hij eveneens zichzelf gesteld had. Drie en dertig seconden later slipte hij zijn rijwiel in het portiek van Sir Edwin, om er subiet weer uit te springen, want was wat dat? Dat leek verdomme wel bloed, tussen al die verenhoopjes op die straattegels van het kleine paadje achter hem en stinken deed het ook nog!
"Doe mij dan maar een Duval Chevallier Blonde en doe Ak en de rest nog een schroefdop", sprak de oud-Lord en restaurateur van het Rijksmuseum in ruste, berustend in het feit dat niemand het zag zitten om de kersverse maar waarschijnlijk nog steeds doodvermoeide Sir Edwin te storen. "Maar waarom gaan we eigenlijk niet lekker buiten zitten in het zonnetje, in plaats van ons de longen kapot te maken aan die wietrook van die grijze?"
"Eiland-raad, beste Guus; eiland-raad", antwoordde de laatstgenoemde op licht op de pik getrapte toon. "En daar hoort nu eenmaal wiet bij en geen zon. We probeerden ons net een beeld te vormen van wat Neef kan zijn overkomen, want hem zo maar overvallen kán niet; daar is dat joch toch veel te gevoelig voor."
"Misschien is ie zelfs helemaal niet thuis", opperde de Staart, om er op uiterst bedenkelijke toon aan toe te voegen: "Mogelijk overnacht hij zelfs in die Molen!"
"Wélke molen", klonk het bijkans in koor, waaruit duidelijk bleek dat de Hangjeugd van Toen het toch nog steeds in Keulen kon horen donderen.
Re: ter compensatie
Hierbij kan ik maar aan een persoon denken , Jufrouw Buijs van de Abraham van Riebeeckschool .Ik zat niet bij haar in de klas maar ze had behoorlijk de pik op mij .Een keer heeft ze mij tijdens het schoolkwartier zó gegrepen en dat was zo onterecht dat het een vechtpartij werd .Conclusie ik 2 weken ziek en overstuur thuis en uit wraak heeft Eeffie haar fietsbanden lek gestoken .Draak van een mens .
ter compensatie
Aap, Noot, Mies, Wim, Zus, Jet, Teun, Vuur, Gijs, Lam, Kees, Bok, Weide, Does Hok, Schapen, Duiven.
PATS! AU! (godverdergod, wat deed dat pijn, dat kutrietje van dat takkewijf op je fikken)
Nee, jongeman; zó zijn we niet getrouwd.
Mocht ze willen, die ouwe vrijster met dat knotje, vuile sarrrrdist!
Dus nog maar een keer, en nu met de hele klas, waarvoor je hém mag bedanken, dusssss... een, twee, drie:
Aap, Noot, Mies, Wim, Zus, Jet, Teun, Vuur, Gijs, Lam, Kees, Bok, Weide, Does Hok, Duiven, Schapen.
fantasie
Als de fantasie geprikkeld wordt door de realiteit
Door zaken van ver, die echter wel in Oost gebeuren
Betuig ik tegenover de serieuzere lezers mijn oprechte spijt
Maar blijf er desondanks op onze eigen Hangplek mee leuren.
Sir Edwin en het Masker des Doods (8)
Met een vloeiende beweging landde de van een businessclasser geleende Learjet op Changi International Airport. "Zal me tijd worden", meesmuilde Twiezen terwijl hij zich uitrekte en voor alle zekerheid nog even de ruimte achter hem inspecteerde, maar de Erfenis der Engelen had de lange trip van Cannes naar Singapore zonder doekscheuren doorstaan. Nu alleen nog Miss Wong te pakken krijgen om in de verkoop te bemiddelen en dan kon zijn dag niet meer stuk. De klamme tropenhitte viel als een dikke vochtige deken op hem, terwijl hij, zo vlot als de jaren dit toelieten, het vijftreeïge trapje afdaalde en alvast een van zijn mobieltjes in stelling bracht. Terwijl hij voor de derde keer vergeefs probeerde Miss Wong te bereiken en intussen in de aankomsthal naar een passend paspoort zocht om de Singapore Immigration mee door te komen, ramde achter hem de vleugel van een glanzend transporttoestel van DHL de Learjet, die meteen vlam vatte alsof het een lieve lust was, en koos zonder verder oponthoud het luchtruim.
Musa bin Jusoh begreep er geen bal van. Verstond er geen bal van. En had al helemaal geen behoefte aan al dat gehos, waaraan hij geacht werd deel te nemen.
Bovendien stond hij voor lul, in die overdimensionale peniskoker en met al die rare tekens op zijn bollende buikje; zwaar voor lul, waar ook zijn weelderige hoofddeksel van kunstig gevlochten pitriet niets aan veranderde en dat ook nog eens stonk als de kolere. Niet dat hij er iets van rook, want de walm van opiaten en andere geestverruimende middellen die uit het grote komfoor tussen de bamboehutten opsteeg was meer dan ondragelijk. Maar wat was dat? Plotseling had hij het gevoel dat zijn knieën vloeibaar werden en zijn voeten als maar groter, terwijl hij met een heupwiegen dat hem in Bangkok minstens het predikaat Ladyboy zou hebben verschaft ongewild als vanzelf richting de dansende groep pikverlengers werd gedragen, waar hij zich probleemloos mengde in de Geestesdans der Kamoro.
Een ruwe dertien duizend acht honderd kilometer noord-westwaarts flikkerde een oud en kostbaar masker uit het verre Irian Jaya spontaan van een wand aan het Fahrenheitsingel.
Re: Re: Re: Re: Re: Re: Re: Sir Edwin en het Masker des Doods (7)
Met alle respect ,maar het was een vraag van mij ,aan Erik.
Laten wij het gezellig houden !
Ophouden nu !
groetjes
Joop 32
Re: Re: Re: Re: Re: Re: Sir Edwin en het Masker des Doods (7)
ps
en wat het hvo betreft niet meer aan denken want was een kl sooi om te slapen met al die snurkers hahahaha
Re: Re: Re: Re: Re: Sir Edwin en het Masker des Doods (7)
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
ho ho hoh ho beste mensen
even voor de goede orde ik heb nergens geschreven dat ik mij er aan stoor want dat is niet het geval ik heb alleen aangegeven na een tweede bericht gelezen te hebben afgehaakt te zijn omdat ik er niets in zag en bij voelde
en dat blijkt ook wel want het is dus niet voor iedereen bedoeld jammer omdat ik van mening ben dat alles hier voor iedereen begrijpelijk te lezen zou horen te zijn
maar goed dat is aan de schrijver van de stukjes
dus ga lekker verder jongens want ik stoor mij er niet aan vind het alleen jammer het niet te kunnen begrijpen/volgen
met dit gezegd hebbende suc6 verder
groeten hans
Re: Re: Re: Re: Sir Edwin en het Masker des Doods (7)
En al helemaal niet voor HVO, al zat die op de Weesperzijde -:)
Groetjes
c
Re: Re: Re: Sir Edwin en het Masker des Doods (7)
Hans het is ook niet voor G.V.O. bedoeld maar voor de wachtend naakt groep/bende.
Alleen insiders weten waar het over gaat,dus stoor je er niet aan er is voor U toch genoeg te genieten.
Re: Re: Sir Edwin en het Masker des Doods (7)
Beste joop
ik ben zelf van het bouwjaar 1952 en geloof mij ik vraag mij al heel lang af wat deze verhalen /hersenspinsels/onzin berichten inhouden
dus heeft het denk ik niets met leeftijd te maken
omdat ik jou reactie hier zag dacht ik ook ik zal maar eens reageren dan
de hele lijn in de verhalen de namen en de plaatsen zoals ze er beschreven worden zeggen en doen mij totaal niets na het tweede verhaal indertijd ben ik al afgehaakt en ik denk vele met mij
dus joop ik begrijp je heel goed en mijn mening is
dit is gewoon een stukje internet vervuiling waarvan het jammer is dat het op hvo geplaatst word
een afbreuk aan deze mooie en goede herinnering site
groeten hans