verteller
Pieter Bol
(1948) groeide op in Oost-Brabant en ging in 1968 geneeskunde studeren in Amsterdam. Hij ging zich in september inschrijven op de Mauritskade, en op de wandeling vanaf het Muiderpoortstation werd hij direct verliefd op Oost. Hij bleef er bijna 20 jaar wonen, op diverse adressen. Na zijn studie werkte hij in het Laboratorium voor de Gezondheidsleer aan het Oosterpark. Daarna was hij secretaris van de Gezondheidsraad in Den Haag en universitair hoofddocent aan de TU Delft. Nog steeds is hij freelance (wetenschaps)journalist. In 1970 richtte hij met een medestudent het 'Medisch Komitee Angola' op, dat in 1971 introk in de voormalige lagere school aan de Minahassastraat, waar het vijf jaar is gebleven.
Creolen en Chinezen
De Chinezen van Long Moon hebben zich op zijn zolder genesteld.
Engelhard woont driehoog-voor, hetgeen impliceert dat er ook een driehoog-achter is. Inderdaad, dat is er, en daar wonen de Creolen. Eerst is er eentje, een man (Humphrey? Stanley?). We horen soms wat achter de afscheiding die tussen voor en achter gemaakt is; vroeger is het namelijk één verdieping geweest. Maar later komen een vrouw en allerlei kinderen. Spoedig is het 's avonds in de keuken spitsuur. Je kunt niet zomaar koken als dat in je opkomt. En voor het toilet staat af en toe een wachtrij.
Ik schat dat er wel tien mensen wonen. Engelhard is hier uitermate lakoniek over en met de hoofdbewoner was en is hij de beste maatjes. Dat is uitermate leerzaam voor deze jonge vriend. Want in het Komitee wordt af en toe met zorg over Engelhard gesproken omdat hij immuun lijkt voor ideologie. Achteraf denk ik dat dat maar zeer gelukkig is geweest.
De Chinezen van Long Moon in de Javastraat hebben zich op Engelhards zolder genesteld. Ze zijn heel rustig en betalen geen huur. Eerst zit alleen een man daar (met E's toestemming); later is hij er met zijn vrouw. Maar sinds enige tijd zijn er in het zolderhok ten minste vier mensen. Een vijfde persoon is een oude man die nogal vreemd is. Dat merken Engelhard en Ineke 's nachts.
Ze slapen in het kleine zijkamertje, dat via een opening met ronde boog toegankelijk is vanuit de kamer. Het is met een gordijn afgeschoten. Als ze in bed liggen horen ze soms sluipende voetstappen de trap afkomen. De deur van de huiskamer opent zich bijna geruisloos en iemand komt richting slaapkamertje. Bij het gordijn stopt hij en je hoort hem luisteren. Niet echt een sfeer om de liefde te bedrijven. Maar opspringen en de insluiper verrassen, is ook weer zo wat.
Ik moet erg lachen als ik het verhaal hoor. "Zo krijgen wij hier een koekje van eigen deeg", zeg ik. "Hoezo?". "Nou, eeuwenlang hebben we in andere werelddelen de mensen in hun meest intieme omstandigheden willen bestuderen. De man is waarschijnlijk een Chinese cultureel anthropoloog."
Dit verhaal komt uit het boek 'De zee, de zee. Drieënvijftig herinneringen aan Engelhard Schober' dat Pieter Bol schreef naar aanleiding van de dood van een goede vriend, begin september 1995. Het is geen biografie maar een relaas van de avonturen die ze samen en met anderen beleefd hadden.
Gepubliceerd in
Reacties
Reacties