Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verteller

Karel N.L. Grazell

(1928) is geboren in de Reaumurstraat 24. Hij woonde tot 2007 in de Rivierenbuurt waar hij de eerste stadsdeeldichter van ZuiderAmstel was geworden (de derde stadsdeeldichter in Amsterdam). Als stadsdeeldichter heeft hij een eigen weblog: grazell.web-log.nl. Tegenwoordig woont hij in Buitenveldert.

Weesperpoortstation

19301939
/

Zo is het kennelijk van iemand het beroep met een hamer tegen onderdelen van de trein te slaan.

  • De ontwikkeling van de locomotief -

    Sculptuur op de hoek van het Rhijnspoorplein en de Sarphatistraat, ontworpen door architect Piet Kramer in 1941 ter herinnering aan het in 1939 gesloopte Weesperpoortstation.
    Het stelt de ontwikkeling van de locomotief voor: door stoom, elektriciteit en diesel voortgedreven. Foto Pieter de Lang 2008.

Ergens jaren dertig. Hoe oud zal ik zijn: acht, negen? Mijn ouders en ik gaan een week logeren in Tiel, bij mijn grootouders. We slepen een grote koffer van leer en eentje van biezen naar het Weesperpoortstation en ook moet onze oude kater mee in een door mijn vader getimmerd hokje. We staan op het perron onder de grote overkapping dat net zoals bij het CS halfrond is. De trein is aangekomen en de mensen stappen uit hun nogal hoge coupés, vaak geholpen door conducteurs en kruiers. Tegelijk springt een werkman, in die tijd had je een duidelijk onderscheid tussen werklieden en ambtenaren, van de spoorwegen tussen de buffers om de locomotief los te koppelen. Andere werklieden doen allerlei klusjes die ik niet begrijp, zo is het kennelijk van iemand het beroep met een hamer tegen onderdelen van de trein te slaan.

De zware locomotief heeft vooral mijn aandacht. Hij staat wat te sissen en te stomen alsof hij een dier is dat uitrust na een lange jacht. Als hij los is gemaakt, fluit hij en puffen er rake stoomwolken uit zijn buik. Hij tsjoek tsjoek tsjoekt eerst aarzelend, heel traag maar dan versnelt hij wat en ‘heft een knie’, zoals Martinus Nijhoff dichtte. En terwijl zijn tsjoek galmt in de ronde overkapping, rijdt hij weg in de richting van de bufferblokken aan het eind van de rails.

Het Weesperpoortstation was een zogenaamd ‘kopstation’, de trein kon niet verder maar moest weer terug. De locomotief stoomt dan achteruit en rangeert zich buiten het station op een draaischijf andersom. Dan komt hij weer achteruit terug en wordt aan de andere kant van de trein — eerder de achterkant — vastgemaakt, klaar om richting Utrecht te rijden. We hijsen ons via een paar smalle treeplanken naar boven in de coupé. Het ‘spiegelei’ van de stationschef seint. Rijden!

Gepubliceerd in
2008
Reacties (4)

wat dacht u van het wachten voor de overweg bij de oosterpark straat

mijn vader was machinist en als hij binnen liep uit Utrecht mocht ik altijd op de bok

rappange
,
28 mei 2010, 14:06

Hamer

Dat tikken met een hamer had als doel de klank van de wielband te beoordelen.
Alle treinwielen zijn van gietijzer met daaromheen een stalen wielband. Deze wordt erop gekrompen (gloeiend heet en afkoelen.
Als zo'n band scheurt kan hij van het wiel aflopen . Dit gebeurde een paar jaar geleden met de hoge snelheids lijn in Noord Duitsland. Resultaat; heel groot ,ernstig spoorwegongeluk.
Daarom luisterde men naar de klank van van de wielbanden.

Reinhold
,
6 sept 2009, 19:28

Ruurd Kooiman

Ja die man met de hamer sloeg tegen de wielen om te kontroleren of de stalen banden niet los zaten.

Ruurd Kooiman
,
5 feb 2009, 19:25

ruurd kooiman

Kan mij nog wel herinneren dat draai platetau.wij speelde daar op die schijven en zochten ook naar cokes het werd in een krte tijd een maan landschap met bergjes en dalen.

ruurd kooiman
,
5 jan 2009, 18:57
Reacties (4)

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website