Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verteller

Pieter Bol

(1948) groeide op in Oost-Brabant en ging in 1968 geneeskunde studeren in Amsterdam. Hij ging zich in september inschrijven op de Mauritskade, en op de wandeling vanaf het Muiderpoortstation werd hij direct verliefd op Oost. Hij bleef er bijna 20 jaar wonen, op diverse adressen. Na zijn studie werkte hij in het Laboratorium voor de Gezondheidsleer aan het Oosterpark. Daarna was hij secretaris van de Gezondheidsraad in Den Haag en universitair hoofddocent aan de TU Delft. Nog steeds is hij freelance (wetenschaps)journalist. In 1970 richtte hij met een medestudent het 'Medisch Komitee Angola' op, dat in 1971 introk in de voormalige lagere school aan de Minahassastraat, waar het vijf jaar is gebleven.

Eerste officiële woning

Woningnood is van alle tijden.

  • -

    Ca. 1978. Een foto van Pieter in de achterkamer van de Wagenaarstraat 39-I met houtkacheltje. Foto Martien Wilcke

Ik zal begin juni 1976 uit mijn (kraak)huis in de 3e Oosterparkstraat gezet worden en schrijf samen met vrienden makelaars aan. Dat gaat dan nog gewoon met de typemachine. Ik ben wel zo slim geweest om bij de Z te beginnen, bedenkende dat menigeen begint bij de A en nooit eindigt bij de Z (wegens succes of uitputting). Ieder heeft beurten om vijf brieven te tikken.

Begin juni heb ik succes bij makelaar Wittebol. Hij nodigt me uit op Wagenaarstraat 39-1. Ik bel aan, loop de trap op en klop aan. Deur gaat open en ik zie niets. Dan kijk ik naar beneden en zie een klein bejaard mannetje met een kale schedel. “U bent Bol”, zegt hij, “maar ik ben iets meer dan u: Wittebol.” De woning is heel aardig al is de huur voor mij nogal hoog. Ik weet dan nog niet dat op de begane grond een pluimveeslachterij is die ontzettend veel overlast zal bezorgen. Ook is beneden op 41 de houthandel van meneer Van Hout, en daar komen verf-, terpentijn- en vernisluchten van naar boven. Maar terugkeer in de geliefde Dapperbuurt is heel wat. Ik zeg ja tegen Wittebol.

Ik ga bij hem op bezoek op de Insulindeweg. Daar toont hij zich verheugd dat hij een aankomend arts gaat huisvesten. Nog slechts medisch kandidaat, maar toch. Hij vertelt het aan iedereen. Alvorens het contract te tekenen moet ik ‘sleutelgeld’, ‘administratiekosten’, en andere fantasieposten betalen. Honderden guldens weet hij de arme student af te troggelen. Als ik om een kwitantie vraag, wordt hij boos. “Ach, laten we er maar van afzien, meneer Bol, een man alleen op een bovenhuis is toch niks”. Hij weet dat ik met de rug tegen de muur sta. Woningnood haalt niet het mooiste in de mensen boven.

Auteur
Gepubliceerd in
2008
Reacties

Reacties

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website