verteller
Pieter Bol
(1948) groeide op in Oost-Brabant en ging in 1968 geneeskunde studeren in Amsterdam. Hij ging zich in september inschrijven op de Mauritskade, en op de wandeling vanaf het Muiderpoortstation werd hij direct verliefd op Oost. Hij bleef er bijna 20 jaar wonen, op diverse adressen. Na zijn studie werkte hij in het Laboratorium voor de Gezondheidsleer aan het Oosterpark. Daarna was hij secretaris van de Gezondheidsraad in Den Haag en universitair hoofddocent aan de TU Delft. Nog steeds is hij freelance (wetenschaps)journalist. In 1970 richtte hij met een medestudent het 'Medisch Komitee Angola' op, dat in 1971 introk in de voormalige lagere school aan de Minahassastraat, waar het vijf jaar is gebleven.
Aangenaam, ik ben uw sloper
Een merkwaardige ontmoeting tussen een kraker en een sloper op de Derde Oosterparkstraat 91-1.
Begin 1976 begint langzaam duidelijk te worden dat ik na ruim twee jaar het kraakpandje Derde Oosterparkstraat 91-1 uit zal moeten wegens sloop. Ongelukkigerwijs blijkt dat juist te gebeuren als mijn geliefde lange tijd in de Verenigde Staten is. Maar de wijze waarop het aangekondigd wordt is wel uniek.
Op een mooie meidag wordt aangebeld en een montere man komt naar boven. Hij geeft me een eeltige hand en zegt: “Aangenaam, ik ben uw sloper!” Het is alsof de anesthesist ’s avonds voor de operatie nog even langskomt. Of, erger nog, de beul de dag voor je executie. Ik vraag hoeveel tijd ik nog heb. Hij zegt: “Ken u rekenen? Ik begin op de hoek bij de Sparrenweg en ik doe twee verdiepingen per dag. Dan weet u wel wanneer het uw beurt is. En denk niet dat ik stop omdat u nog niet weg bent.”
Hij is wel een toffe peer. We lopen naar driehoog. Het balkon daar golft onder onze voetstappen. Is dat niet gevaarlijk? “Nee, meneer, zolang er nog muziek in zit is ’t safe. Als het strak staat, dan moet je oppassen.”
Ik weet via de tuinen allerlei ingangen in de dichtgetimmerde panden. Dus doen we samen een (voorbereidings)rondje. Op een verdieping trapt hij een gestuct wandje weg. We zien riet van bijna een eeuw oud. “Brabants werk”, constateert hij waarderend.
Als eerste worden de tuinen en de schuurtjes vernietigd. Een grommende gele bulldozer, merk ‘Liebherr’, gaat als een mastodont tekeer. Dit is mooi beschreven in de Volkskrant door journalist Martin Ruijter, de enige andere bewoner van de rij. Gelukkig ben ik net op tijd weg voor het stipte verwoestingsfront van mijn vriend de sloper.
Gepubliceerd in
Reacties
Reacties