Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verteller

Pieter Bol

(1948) groeide op in Oost-Brabant en ging in 1968 geneeskunde studeren in Amsterdam. Hij ging zich in september inschrijven op de Mauritskade, en op de wandeling vanaf het Muiderpoortstation werd hij direct verliefd op Oost. Hij bleef er bijna 20 jaar wonen, op diverse adressen. Na zijn studie werkte hij in het Laboratorium voor de Gezondheidsleer aan het Oosterpark. Daarna was hij secretaris van de Gezondheidsraad in Den Haag en universitair hoofddocent aan de TU Delft. Nog steeds is hij freelance (wetenschaps)journalist. In 1970 richtte hij met een medestudent het 'Medisch Komitee Angola' op, dat in 1971 introk in de voormalige lagere school aan de Minahassastraat, waar het vijf jaar is gebleven.

De wrekende gerechtigheid

De brandweer en politie rukt uit voor een op hol geslagen bovenbuurman die het huis verbouwt.

  • -

    Tekening gemaakt door Martien Wilcke op 13 maart 1977. Onder de tekening staat in potlood geschreven: Maart 1977, Pieter studeert voor het doktoraal examen psychiatrie. De baard is eraf vanwege het junior co-schap chirurgie bij Brummelkamp BG. Het huis is nog maar half ingericht na de verhuizing van 1976.

We schrijven eind 1976. Ik woon al weer enkele maanden in de Wagenaarstraat. Meestal samen met mijn vriendin Martien. Zij is een lang weekend naar haar ouders in Wageningen. En ik scheer mijn snor en baard af, omdat ik junior-coschappen chirurgie moet gaan lopen in het Binnen-Gasthuis. Een hele verandering, maar er zal dat weekend meer veranderen.

Onze alcoholische bovenbuurman Henk heeft een woedeaanval en bijt zijn moeder, Tante Marie, toe: “Vuile tyfushoer, ik ga je verbranden!” Dit is geen loos dreigement want hij heeft jerrycans met brandstof uitgegoten over de derde verdieping en de trap. Maar alvorens tot de vuurstraf over te gaan, kiepert hij de totale inhoud van het huis, stoelen, tafels, planten, de vele snuisterijen en wat ook naar buiten. Al snel is er een hele volksoploop voor onze woning. Wanneer Henk de zaak in de hens heeft gezet, en het huis is ontvlucht, wordt hij al snel ingerekend door de inmiddels gearriveerde politie en brandweer. Ik zet een logeerbed op voor de totaal ontredderde Tante Marie.

Zondagochtend komt Henk, wonder boven wonder, alweer opdagen. Hij is vol wroeging en schaamte. “Mama, ik zal driehoog weer helemaal knap maken!”. Tante Marie zit daar als de wrekende gerechtigheid. Zij schudt haar rechter wijsvinger en zegt met het perfecte hysterische coloriet: “Henk, er IS geen driehoog meer!” Kreunend stort de reus in.

Zondagavond komt Martien thuis. Ze klimt over een verbrande trap met veel waterschade. En ziet dan een man die ze niet herkent (snor en baard verdwenen). Dit is haar teveel. Ze barst in snikken uit.

Auteur
Gepubliceerd in
2008
Reacties

Reacties

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website