Mijn achterburen
De bewoners van de Retiefstraat, mijn achterburen, ken ik door en door. Ik heb ze nooit gesproken, maar vanachter mijn bureau volg ik al jaren hun levens.
Na jaren in de buurt gewoond te hebben, ken ik mijn buren goed. Nou ja, mijn naaste buren op de Pretoriusstraat misschien niet zo goed, maar de bewoners van de Retiefstraat, mijn achterburen, ken ik door en door. Al heb ik ze nooit gesproken en weet ik niet hoe ze heten, vanachter mijn bureau volg ik al jaren hun levens. Het wel en wee van zo'n acht woningen kan ik vanuit mijn studeerkamer volgen.
Op een dag raakte ik in gesprek met de eigenares van een klein winkeltje net buiten de buurt. We hadden het over Amsterdam, een stad waar we allebei verliefd op zijn. 'Maar,' voegde ik er aan toe, 'bij mij gaat het verder, ik ben niet alleen gek op de stad, maar vooral op mijn buurt, mede dankzij mijn achterburen.' En ik vertelde uitgebreid over een van die achterburen op begane grond, een slanke blonde vrouw die ongelofelijk kon krijsen tegen haar kinderen. Wat een stel longen! Lachend gaf de eigenares toe dat zij ook voluit geniet van het stadse toneelstuk achter en ook zij vertelde uitgebreid over haar achterbuurvrouw twee hoog. Vroeger woonde zij met een yuppige man samen, nu is zij alleen, maar ze heeft veel vrienden en geeft geweldige feesten, laatst nog een verkleedfeest tijdens het Europees songfestival. En toen stopte ik met lachen, want ik kende die vrouw. 'Dat ben ik.' 'O', bitste de blonde eigenares mij toe, 'dan ben ik dat wijf dat zo tegen d'r kinderen schreeuwt.'
Gepubliceerd in
Reacties (4)
Christina
Frits
joop vander meulen
heb zelf op 24 ,3hoog gewoont vond het er mooi wonen in de retiefstraat dat was in de 70e jaren hep op de patrimonium school gezeten in de valkenierstraat timmermans opleiding er zat op de stiefbiko plein een oud kappertje daar werden we altijd geknipt toen heette het nog geen stiefbiko plein ik weet nog wel dat de naam verandert werd toen woonde we nog in de retief straat woon nu in friesland in zwaagwesteinde de groetjes van mij en bedankt voor deze mooie site
Retiefsstraat Amsterdam
Ik heb je mooie verhaal gelezen. Ik komuit drente maar in de jaren vijftig kwam ik vaak in de retiefstraat bij mijn oom en tante. Otto onderbloekie was mijn neefje. Altijd vrolijk ern blij ondanks zijn handicap. Ik herken veel dingen in dit verhaal.
Jan Nieuwstad
En ik heb daar dus gewoond in die Retiefstraat, op nummer 7 hs als ik mij goed herinner. Het was ongeveer 1953 en ik zat op de kleuterschool in de Willem Beukelstraat.
In de Retiefstraat woonde aan de overkant een doodgraver. Ook woonde er de toen bekendste soldaat van Nederland, nl. Joop de Knegt, zanger van het lied; ik sta op wacht.
Een andere bekende figuur was "Otto ondelbloekie" We zouden nu zeggen een mentaal gehandicapte die echter heel gewoon daar woonde en leefde.
Met de luilakviering werden aan de overkant de schuinsgeplaatste voordeuren door middel van een touw tussen de deurknoppen aan elkaar vastgebonden. En dan bellen maar vooral bij diegenen die de bel niet hadden afgezet. Daarna luilakbroodjes bij de bakker in de Cillierstraat.
Iedereen weet waarschijnlijk dat Rob de Nijs in de Linnaeusstraat woonde, vader had een autorijschool. Daartegenover was het politiebureau waar ten behoeve van toenmalige filmopnamen voor de film Ciske de rat de hoofdrolspeler de ramen van het politiebureau mocht ingooien.
Ook nog dichtbij, het Sportfondsenbad, bij ons consequent het 'spatbordenfonds' genoemd.
Leuk
Wat een leuk verhaal.
Reacties (4)