Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verteller

Pieter Bol

(1948) groeide op in Oost-Brabant en ging in 1968 geneeskunde studeren in Amsterdam. Hij ging zich in september inschrijven op de Mauritskade, en op de wandeling vanaf het Muiderpoortstation werd hij direct verliefd op Oost. Hij bleef er bijna 20 jaar wonen, op diverse adressen. Na zijn studie werkte hij in het Laboratorium voor de Gezondheidsleer aan het Oosterpark. Daarna was hij secretaris van de Gezondheidsraad in Den Haag en universitair hoofddocent aan de TU Delft. Nog steeds is hij freelance (wetenschaps)journalist. In 1970 richtte hij met een medestudent het 'Medisch Komitee Angola' op, dat in 1971 introk in de voormalige lagere school aan de Minahassastraat, waar het vijf jaar is gebleven.

Op de tast naar huis

Een grote stroomstoring in 1983 doet beseffen dat Amsterdam niet altijd zo verlicht was.

  • -

    Het donkere Oosterpark, bewerking van een foto door Petrina Reynolds van Pieter in het Oosterpark.

We schrijven begin 1983. Ik woon voor de tweede keer aan de Derde Oosterparkstraat, bij het Kastanjeplein. En ik werk in het Laboratorium voor de Gezondheidsleer aan het Oosterpark dat binnen afzienbare tijd zal verhuizen naar het AMC. Omdat ik onderzoek doe, ben ik nogal eens ’s avonds in het lab bezig.

Op een avond valt het licht uit, niet alleen in het lab maar zover ik maar kan kijken. Ik ben omgeven door een intens donkere wereld. Ik besluit om naar huis te gaan. Tenslotte betreft het maar enkele honderden meters. Ik sluit vanuit mijn geheugen de lichten af die straks weer aan zouden kunnen gaan. En ik ga op de tast naar de uitgang en sluit af.

Dan begint een lastige tocht. Ik denk het park goed te kennen omdat ik er elke dag door van en naar huis ga. Maar ook omdat ik er de hele dag op uitkijk. Nou, dat valt tegen. De lucht is bewolkt, er is echt geen sprankje licht van boven. In de huizen zijn hier en daar wat kaarsen ontstoken maar wat betekent dat licht op honderd meter of meer?

Ik weet dat ik niet in de vijver terecht moet komen. Maar hoe kan ik de weg vinden zonder ook maar het minste licht? Ik moet tasten, vooral naar laaggeplaatste dingen als hekjes. Zelfs de richting is heel onzeker, achter me is het lab verdwenen. Het kost me drie kwartier om bij straat te komen en de ingang van de Kastanjeweg te vinden. Dan gaat het beter hoewel vele huizen de gordijnen gesloten hebben.

Dit is de laatste grote stroomstoring die ik heb meegemaakt. Pas na een paar uur gaan bij me thuis de lichten aan. En ik besef hoe het een paar honderd jaar geleden moet zijn geweest, nachtelijk Amsterdam.

Auteur
Gepubliceerd in
2008
Reacties

Reacties

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website