verteller
Pieter Bol
(1948) groeide op in Oost-Brabant en ging in 1968 geneeskunde studeren in Amsterdam. Hij ging zich in september inschrijven op de Mauritskade, en op de wandeling vanaf het Muiderpoortstation werd hij direct verliefd op Oost. Hij bleef er bijna 20 jaar wonen, op diverse adressen. Na zijn studie werkte hij in het Laboratorium voor de Gezondheidsleer aan het Oosterpark. Daarna was hij secretaris van de Gezondheidsraad in Den Haag en universitair hoofddocent aan de TU Delft. Nog steeds is hij freelance (wetenschaps)journalist. In 1970 richtte hij met een medestudent het 'Medisch Komitee Angola' op, dat in 1971 introk in de voormalige lagere school aan de Minahassastraat, waar het vijf jaar is gebleven.
De wilskracht van mevrouw Groen
Niet iedereen kan aarden in een verzorgingshuis. Gelukkig kan het ook anders.
In de lente van 1975 bloeien de jasmijnstruiken achter ons huis in de Derde Oosterparkstraat 91. We klimmen vanaf het balkon langs de aan elkaar geknoopte ladders naar de tuinen en plukken een groot boeket. Dat gaan we langsbrengen bij Martien’s boezemvriendin Kristel aan het begin van de Eikenweg. Ze blijkt niet thuis.
Een vriendelijke oude dame vraagt wie of wat we zoeken. We verklaren ons en ik zeg spontaan: “Hier mevrouw, ze zijn voor u.” Ze is blij met het boeket en vraagt of we niet bij haar boven thee willen drinken. Dat is een goed idee, we maken kennis en gaan naar boven. Ze heet mevrouw Groen en is niet ver van de honderd. Maar zeer vief en vol belangstelling.
Ze komt uit Antwerpen en is joods. We zijn nu 35 jaar na het begin van de oorlog, dus toen was zij al in de zestig. Het zijn natuurlijk vijf vreselijke jaren geweest. Ze vertelt dat ze jaren geleden besloot om in een verzorgingsflat te gaan wonen. Het werd de Elisabeth Knollstichting op het Eikenplein. Maar ze voelde zich er een gevangene.
Glimlachend zegt ze: “En nu woon ik alweer een paar jaar hier, met uitzicht op mijn gevangenis.” Dat is kras, een dame van in de negentig die weer zelfstandig gaat wonen. Wat een wilskracht. We hebben het over de verandering der tijden. De verruwing van zeden en verloedering van de taal. Ze is geen pessimist maar registreert alles feilloos. Dan maakt ze me een groot compliment. Ze zegt “Maar u spreekt geen taal (= gebabbel), maar anti-taal.” Ik ben vereerd. Een paar jaar later gaan we nog eens langs. Maar haar naam is van de deur. Verhuisd of wellicht overleden.
Gepubliceerd in
Reacties
Reacties