Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verteller

Pieter Bol

(1948) groeide op in Oost-Brabant en ging in 1968 geneeskunde studeren in Amsterdam. Hij ging zich in september inschrijven op de Mauritskade, en op de wandeling vanaf het Muiderpoortstation werd hij direct verliefd op Oost. Hij bleef er bijna 20 jaar wonen, op diverse adressen. Na zijn studie werkte hij in het Laboratorium voor de Gezondheidsleer aan het Oosterpark. Daarna was hij secretaris van de Gezondheidsraad in Den Haag en universitair hoofddocent aan de TU Delft. Nog steeds is hij freelance (wetenschaps)journalist. In 1970 richtte hij met een medestudent het 'Medisch Komitee Angola' op, dat in 1971 introk in de voormalige lagere school aan de Minahassastraat, waar het vijf jaar is gebleven.

Mandies

Ze zijn hippies en stevig aan de drugs, zowel soft als hard.

Het is 1975. Martien en ik hebben al enkele maanden verkering. Het is heerlijk de lente te zien ontwaken rond ons huis aan de Derde Oosterparkstraat. De dreigende sloop maak het genot alleen maar groter. We struinen door de tuintjes en plukken bloemen voor op tafel. In het huis naast ons wordt een verdieping gekraakt. Daar strijken George en Michael neer, met een wisselend gezelschap aan dwaalgasten.

Ze zijn hippies. George is een forse Engelsman en Michael is Maleis, tenger, bijna vrouwelijk; zijn vader is arts. Ze zijn beiden stevig aan de drugs. Zowel soft als hard. Maar heel vriendelijk en we bezoeken elkaar af en toe over en weer. Een keer geven ze me zowaar cake mee. Die is erg lekker. Maar ’s nachts krijg ik de meest afschuwelijke nachtmerries met vliegen en vallen. Het is zo heftig dat ik — vanuit enige ervaring — weet dat ik gedrogeerd ben.

De volgende dag geven ze toe dat ze me supersterke spacecake hebben gegeven. Grapje. Ik ben erg boos en ze beloven beterschap. Wanneer we besluiten om in de zomer een aantal weken richting Italië te gaan liften, zullen zij op ons huis passen en de planten water geven. Wanneer we na die wonderbaarlijke mooie liftreis terugkeren, staan van het huis alle deuren en ramen wijd open. Maar er mist niets. Hun zorgeloosheid heeft niet automatisch tot rampen geleid. Een les.

George en Michael trekken weg naar de Staatsliedenbuurt. We houden sporadisch contact. Dan ontmoet ik George in een zaak in de Nieuwmarktbuurt waar hij veel komt. Hij zegt dat Michael dood is. Die gebruikte altijd al mandrax (‘mandies’ noemde hij ze). Vijf mandies in één keer was duidelijk teveel. Bedoeld of onbedoeld.

Auteur
Gepubliceerd in
2008
Reacties

Reacties

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website