Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verteller

Pieter Bol

(1948) groeide op in Oost-Brabant en ging in 1968 geneeskunde studeren in Amsterdam. Hij ging zich in september inschrijven op de Mauritskade, en op de wandeling vanaf het Muiderpoortstation werd hij direct verliefd op Oost. Hij bleef er bijna 20 jaar wonen, op diverse adressen. Na zijn studie werkte hij in het Laboratorium voor de Gezondheidsleer aan het Oosterpark. Daarna was hij secretaris van de Gezondheidsraad in Den Haag en universitair hoofddocent aan de TU Delft. Nog steeds is hij freelance (wetenschaps)journalist. In 1970 richtte hij met een medestudent het 'Medisch Komitee Angola' op, dat in 1971 introk in de voormalige lagere school aan de Minahassastraat, waar het vijf jaar is gebleven.

Het knappe trappie van Tante Marie

19761983
/

Het trappie van Tante Marie stond voor schoonmaken van de oude stempel.

  • -

    De Wagenaarstraat. Pieter woont boven de luifel. Rechts daarvan is de houthandel van meneer Van Hout. Foto Pieter Bol

Van 1976 tot 1983 woon ik in de Wagenaarstraat. Op nummer 39 1-hoog. Op 3-hoog woont Tante Marie. Zij is 70-plus en zeer corpulent. En een onvervalst Amsterdamse volksvrouw. Omdat er in die tijd nog een diversificatie bestond: een echte Dapperbuurtse.

Ze is nog van de oude stempel wat betreft schoonmaak en onderhoud van stoep en trap. “Een knap trappie!” zegt ze tevreden als ze weer eens de trap gedaan heeft. Een paar keer kom ik thuis terwijl ze bezig is. Je kijkt ongewild onder haar jurk en je krijgt de impressie van een herbergzoldering behangen met hammen en worsten. Ik heb er nog eens een tekening van gemaakt die ik voor dit verhaal zal proberen op te zoeken.

Ze is al tientallen jaren gescheiden. Zoon Henk — ook corpulent - woont bij haar, maar niet constant. Henk is flink aan de drank en hij wil dan nog wel eens recalcitrant zijn en handgemeen worden, ook met de politie. Volgens Tante Marie heeft hij zijn eigen mok op het Bureau IJtunnel. Verder zit hij af en toe vast in Santpoort, in ‘Wieringerland’.

Tante Marie voegt hem vaak toe: “Moeder is goed, Henk, moeder is heel goed!” Henk is niet geïmponeerd. Henk is wrokkig. Tante Marie kan er niet bij dat zo’n jongen niet tevreden zou zijn bij haar. Ze zegt: “Hij hep z’n kamer, z’n Bode, z’n klokkie, z’n bewassing en met de laatste Pasen nog z’n sterrenbeeld”. Ze heeft geen begrip van het Beest in Henk.

Hij scoort bij diverse drankwinkels in en rond de buurt. Soms klokt hij twee liter jenever achter elkaar naar binnen. Tante Marie: “Vannacht wer-tie gevonden. Lag-ie prinsheerlijk te slapen in de Roomtuintjes”.

Auteur
Gepubliceerd in
2008
Reacties

Reacties

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website