verteller
Pieter Bol
(1948) groeide op in Oost-Brabant en ging in 1968 geneeskunde studeren in Amsterdam. Hij ging zich in september inschrijven op de Mauritskade, en op de wandeling vanaf het Muiderpoortstation werd hij direct verliefd op Oost. Hij bleef er bijna 20 jaar wonen, op diverse adressen. Na zijn studie werkte hij in het Laboratorium voor de Gezondheidsleer aan het Oosterpark. Daarna was hij secretaris van de Gezondheidsraad in Den Haag en universitair hoofddocent aan de TU Delft. Nog steeds is hij freelance (wetenschaps)journalist. In 1970 richtte hij met een medestudent het 'Medisch Komitee Angola' op, dat in 1971 introk in de voormalige lagere school aan de Minahassastraat, waar het vijf jaar is gebleven.
Biertjes drinken onder de Torontobrug
Een lelijke brug kan desondanks een gezellige plek worden. Een plek waar vriendschappen ontstaan en het leven gevierd wordt. Want je weet nooit wanneer het voorbij is
Die lelijke brug was ontworpen in de tijd dat men vond dat massaal autoverkeer naar en in de binnenstad moest. Daarom aansluitend op Wibautstraat en IJtunnel. Zijn naam dankt het gedrocht aan de jumelage van Amsterdam met Toronto, immers de Canadezen bevrijdden onze stad.
Toch kan men goede herinneringen hebben aan deze brug. Begin 1993 krijg ik verkering met Petrina, die op de Sarphatistraat woont, in het Zebrahuis. Dat huis ken ik al enige jaren omdat de ondergevel kenmerkend versierd is met graffiti van Hugo Kaagman. Zebra-motieven, maar ook Delfts-blauwe voorstellingen van Beatrix en Khomeiny.
Op warme zomeravonden begeeft het Zebrahuis zich naar de koele Amstel-oever. Dat zijn Hugo en zijn vriendin de punk-dichteres Diana Ozon, Sylvia en de beeldend kunstenaar Stephan en zijn collega Aya Waalwijk en Petrina en ik. En wie er verder meekomt.
Het is moeilijk te reconstrueren, de gesprekken, de acts, het gelach. Maar het is een stukje alternatief Amsterdam, dat de hele eeuw bestaan heeft en herinnert aan Provo. In ieder geval is er veel bier en iedereen rookt (nog). Het is een weerspiegeling van al die losse clubjes die dan bijeenkomen in Praag of Stockholm of Toronto…
Je bent betrokken bij elkaar. En dan gebeurt er iets ontzettends. Stephan gaat vaak in zijn eentje met zijn rugzak de Alpen in en dat doet hij eind 1993 ook weer. Dan arriveert in het Zebrahuis de melding dat hij niet teruggekeerd is van een wandeling, van mensen die wisten van zijn vertrek. De weersberichten van die tijd melden massale modderstromen (modderlawines) dan in de Alpen.
Het Zwitserse leger zoekt dagenlang. Helaas zonder resultaat. Jarenlang hebben we gehoopt hem ineens vrolijk binnen te zien stappen. Eerlijk gezegd hoop ik dat nog steeds, dwaas genoeg. Petrina droomt in 1994 dat zij Stephan tegenkomt in de Leidsestraat, hij zit in een portiek met een cape met capuchon om zich heen en hij zegt tegen haar dat het goed met hem gaat en dat hij gelukkig is.
Gepubliceerd in
Reacties
Reacties