verteller
Ies Jacobs
is geboren op 16 juni 1918 in Brighton (Engeland). Toen hij 8 jaar oud was, verhuisden zijn ouders naar Amsterdam, naar de Transvaalbuurt. Ies jacobs was en is kunstschilder, want hij is nog steeds actief. Onlangs verscheen van hem het boek: Overleven een kunst, levenschets en oorlogsherinneringen. Hij heeft een eigen website: www.iesjacobs.nl. Hij gaf op 9 juli 2008 een interview voor het Geheugen van Oost.
Ies Jacobs is op zaterdag 10 november 2011 overleden.
Ik (Frits Slicht) zal deze kleine, grote, man ontzettend gaan missen. Hij was voor mij veel meer dan een persoon waarvan ik de verhalen heb mogen opschrijven.
Misschien wel het hoogtepunt in onze relatie was de uitzending van de het programma, te bekijken via: Aanpakkers. Een documentaire gemaakt door Frans Bromet.
Tot slot nog twee verwijzingen, de eerste is een filmpje op You Tube waarin Ies Jacobs vertelt over zijn belevenissen in de Onderduik (ruim zes minuten) en over zijn therapie: het schilderen.
De tweede verwijzing is een radio interview met Ies naar aanleiding van het verschijnen van zijn boek: Overleven een kunst, levensschets en oorlogsherinneringen. Het interview werd uitgezonden op 3 december 2007 door: Kunststof.
Armoede in de Transvaalbuurt
De kistjes waren hun stoelen en ze sliepen op de grond.
-
Ies met zijn vader, moeder en broertje Jack in de Morris Crowley. De foto is omstreeks 1926 gemaakt in Engeland. De foto is uit het persoonlijk archief van Ies Jacobs.
Armoede en verwaarlozing speelden zeker een grote rol in het begin van de jaren dertig. Je merkte het aan de kinderen, hun handen waren vies, er was regelmatig sprake van hoofdluis, de kleren waren niet altijd even netjes. Veel van de ouders hadden geen of onvoldoende geld.
Ik zat wat dat betreft in een gunstige situatie. Niet dat wij het zo rijk hadden, maar wij hadden wel veel bezittingen die we mee hadden genomen uit Engeland.
Ik merkte pas hoe erg het was toen ik bij vriendjes thuis kwam. Veel van die gezinnen hadden nauwelijks meubilair, ze hadden hier en daar sinaasappelkistje staan. Die kistjes waren hun stoelen en ze sliepen op de grond. Ik zie nog zo voor me dat in een hoek van de kamer wat beddengoed lag. Ik geloof wel dat er een dun matrasje bij lag.
We hadden het goed in Engeland. De familie had een auto, een Morris Cowley. Dat was voor die tijd uniek, er zaten maar weinig van deze auto’s op de weg. We waren, zoals dat toen heette, ‘welgestelde burgers’. Vanwege de economische situatie zijn we in 1926 naar Nederland gekomen.
Mijn vader handelde in het aardewerk en porselein; porselein werd uitgevoerd, aardewerk uit Holland ingevoerd. In die crisis werden de grenzen gesloten, de handel lag stil. Als Hollanders zonder inkomen moest je het land uit. Zo keerden we terug naar de familie in Nederland, met onze bezittingen. Die bezittingen gingen langzamerhand allemaal naar de lommerd, naar het pandjeshuis. Wij hadden in ieder geval nog iets om te brengen.
Ik zag steeds meer dingen verdwijnen uit huis. Zo weet ik nog van een groot schilderij van een afgehakt hoofd op een schaal. Verder hadden we een heel Chippendale meubilair. Ook een grote kast, maar mijn moeder wilde die beslist niet wegdoen.
Gepubliceerd in
-
De Pretoriusstraat in 1928. De foto is afkomstig uit het fotoarchief van het Joods Historisch Museum.
Reacties
Frits
Reacties