Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verteller

Ies Jacobs

is geboren op 16 juni 1918 in Brighton (Engeland). Toen hij 8 jaar oud was, verhuisden zijn ouders naar Amsterdam, naar de Transvaalbuurt. Ies jacobs was en is kunstschilder, want hij is nog steeds actief. Onlangs verscheen van hem het boek: Overleven een kunst, levenschets en oorlogsherinneringen. Hij heeft een eigen website: www.iesjacobs.nl. Hij gaf op 9 juli 2008 een interview voor het Geheugen van Oost.

Ies Jacobs is op zaterdag 10 november 2011 overleden.
Ik (Frits Slicht) zal deze kleine, grote, man ontzettend gaan missen. Hij was voor mij veel meer dan een persoon waarvan ik de verhalen heb mogen opschrijven.

Misschien wel het hoogtepunt in onze relatie was de uitzending van de het programma, te bekijken via: Aanpakkers. Een documentaire gemaakt door Frans Bromet.

Tot slot nog twee verwijzingen, de eerste is een filmpje op You Tube waarin Ies Jacobs vertelt over zijn belevenissen in de Onderduik (ruim zes minuten) en over zijn therapie: het schilderen.

De tweede verwijzing is een radio interview met Ies naar aanleiding van het verschijnen van zijn boek: Overleven een kunst, levensschets en oorlogsherinneringen. Het interview werd uitgezonden op 3 december 2007 door: Kunststof.

Armoede, maar toch gelukkig!

19301939
/

Als er geen geld was voor koekjes dan deed mijn vader zijn uiterste best om iets lekkers op tafel te zetten.

  • Ies, in visgraatpak, op bezoek in de Bollenstreek. -

    De foto is van 1937, de familie is op bezoek bij bollenboer Leendert Oudshoorn. In Engeland werkte de familie Oudhoorn in het huishouden van de familie Jacobs. Ies en zijn moeder zijn gekleed 'in visgraatmotief'. De foto komt uit het persoonlijk archief van Ies Jacobs.

Voor de oorlog hadden we maatschappelijke steun. Elke dag moest er op het stempel kantoor worden gestempeld voor een minimum aan inkomsten. Toch waren wij best een gelukkig gezin. Als er geen geld was voor koekjes dan deed mijn vader zijn uiterste best om iets lekkers op tafel te zetten. Pa ging, op zijn manier, aan het bakken. Rauw gebakken koekjes noemden we die. Hij deed echt zijn best, maar ze waren niet om te eten. Gelukkig kon er altijd om gelachen worden.

Echte koekjes hadden we ook wel eens. Bijvoorbeeld een soort schuitjes, dat waren hele droge koekjes, die mijn broer en ik niet erg lekker vonden. Zo zaten we een keer rond de tafel met ons vieren. Vroeg mijn moeder aan mijn broertje: “heb jij nog geen koekje?” “Ja hoor, kijk maar eens omhoog”. Boven de tafel hing zo’n ouderwetse schemerlamp met een touwtje. Had hij zijn lekkernij aan het strikje in de lamp gehangen.

Als mijn ouders op het Waterlooplein hadden gestaan kregen we soms vanuit hun armoedje een munt van tweeënhalve cent. We gingen dan bij de lever- en zuurkraam een portie leverworst kopen. Die doopten we dan in een bakje met zout en genoten van die traktatie.

Gelukkig stonden werklozen elkaar in die tijd bij en was het sociale contact in de buurt goed. Zo lukte het ons, mijn vader, Jack en mij, met hulp van andere steun trekkers voor drie gulden een fiets in elkaar te zetten.

In 1937 werkte ik bij reclamebedrijf Felix, zij bouwden stands. Via hen kreeg ik eens een rol grijze stof met een zwart visgraatmotief. Bij het afbreken van een stand mocht ik een baal meenemen. Mijn moeder was een creatieve vrouw, kort daarna liepen Jacky en ik in een visgraatpofbroek en mijn moeder flaneerde in een zelfgemaakt visgraatmantelpak.

Auteur
Gepubliceerd in
2008
Reacties

Reacties

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website