Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verteller

Greet Frijhoff

(geboren in 1936) is opgegroeid in Betondorp en woont daar nog steeds. Tussen 1956 en 1971 heeft ze in Canada gewoond.

verteller

Lies van Mierlo

werd geboren in 1935 in Betondorp en is met uitzondering van de 10 jaar dat ze in Canada woonde (1957-1967) haar geboortegrond trouw gebleven.

We wonen niet in Amsterdam, maar in Betondorp

19352009
/

"We hebben elkaar niet losgelaten", vertellen Lies en Greet die als kleine meisjes al bevriend raakten en nog steeds vlak bij elkaar wonen.

Beide kwamen uit een katholiek gezin en dat was bijzonder in 'het rode dorp' dat Betondorp toen was. Zij gingen naar de Katholieke school op het Linnaeushof , een heel eind lopen voor kinderen. Onderweg ratelden ze met boomtakken langs de spijlen van het hek rond de Oosterbegraafplaats of ze probeerden mee te liften achterop lege begrafeniskoetsen: "als de koetsier het in de gaten had, sloeg hij met de zweep naar achteren om ons weg te jagen". Vanwege de grote afstand bleven ze tussen de middag op school over en beide vrouwen herinneren zich nog de papieren zakjes waar hun lunchboterham in zat en hoe klef het brood met koek erop werd. En hoe ze met afgunst keken naar een kind dat een echt lunchtrommeltje meekreeg met een stukje fruit bij haar brood.

Dat ze zelf in kleine woningen woonden realiseerden ze zich na een bezoek aan een klasgenootje - Rita Grenier - die in Duivendrecht in een villa woonde; "daar hadden ze een aparte eet- en zitkamer en een badkamer en Rita had een eigen slaapkamer". Greet en Lies sliepen in stapelbedden, die soms op de overloop stonden en er was hooguit een lavet met koud water. Greet ging vanaf haar 10e jaar naar het badhuis aan de Polderweg en Lies herinnert zich dat haar moeder de werkoverall van haar vader - die scheepsmonteur was - op straat met een bezem schoon boende. De wasdag vond Greet een pestdag want moeder droeg dan werkkleding die haar niet stond en kookte vaak koolraap of spruitjes: "O die gecombineerde stank van de was en de groente, bah!"

Toch overheersen de herinneringen aan de geborgen sfeer thuis, bij Lies thuis mocht er - ondanks het feit dat haar moeder vaak ziek was - altijd veel, tenten bouwen in de kamer, knutselen. Greet herinnert zich hoe haar broer probeerde op dinsdag vroeg thuis te komen van school, want dan was het kinderkoor 'De Roodborstjes' op de radio en daarna 'het ziekenlof'. Dan gunde moeder zich de tijd om te luisteren en waren er privémomenten tussen moeder en kind mogelijk.

Die geborgenheid was ook verbonden met het wonen in Betondorp: "als we de tram namen op de MIddenweg, hadden we echt het gevoel dat we naar een heel andere stad gingen, we voelden ons geen Amsterdammers, maar Betondorpers."

Auteur
Gepubliceerd in
2009
Reacties

Reacties

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website