verteller
Pieter Bol
(1948) groeide op in Oost-Brabant en ging in 1968 geneeskunde studeren in Amsterdam. Hij ging zich in september inschrijven op de Mauritskade, en op de wandeling vanaf het Muiderpoortstation werd hij direct verliefd op Oost. Hij bleef er bijna 20 jaar wonen, op diverse adressen. Na zijn studie werkte hij in het Laboratorium voor de Gezondheidsleer aan het Oosterpark. Daarna was hij secretaris van de Gezondheidsraad in Den Haag en universitair hoofddocent aan de TU Delft. Nog steeds is hij freelance (wetenschaps)journalist. In 1970 richtte hij met een medestudent het 'Medisch Komitee Angola' op, dat in 1971 introk in de voormalige lagere school aan de Minahassastraat, waar het vijf jaar is gebleven.
Het Hereninstituut
Begin jaren zeventig begin ik vanuit Oost routes naar Waterland te verkennen. Er is niet alleen de directe route via de twee bruggen, maar op de eerste brug kun je direct naar beneden over open trappen en dan kiezen voor richting Diemerzeedijk (zuid) of richting Oranjesluizen (noord).
In 1972 zwierf ik daar rond met Cathrien, en in 1973 met Ollie, die aan de Oranjesluizen met een emmer aan een touw meermalen een volle vracht aan mosselen weet te scoren, voor één gulden. Van de boten die van de Waddenzee binnendoor naar Zeeland varen; hun waar wordt daar aan het buitenland verkocht als 'Zeeuwse mosselen".
In juli 1974 loop ik met Martien over de dijk naar de sluizen, tijdens een fietstocht naar Monnickendam. Richting Oranjesluizen lopend, zie je ter rechterzijde houten barakken. Daar zetelt het gerenommeerde Herseninstituut. Onder de paraplu van de hoogste wetenschapsinstelling in ons land (KNAW) wordt daar toponderzoek naar hersenen en hun functie verricht.
Op die plek rusten we uit, boterhammetje, uitzicht op het kanaal. Tussen ons en het water liggen uitgestrekte rietlanden. Maar wat schetst onze verbazing....het rietland leeft ! Veel rood aangelopen mannengezichten bewegen zich op dezelfde hoogte als de pluimen voort door hoogopgaande stengels. De hoofden zijn als de bloemen van pioenrozen.
Vreemd genoeg ontmoeten twee bloemen elkaar soms en verdwijnen dan naar beneden, onzichtbaar in de rietmassa. Na verloop van tijd komt dan de een en daarna de andere weer boven en dobbert op de rietzee weer andere ontmoetingen tegemoet.Een fascinerend schouwspel.
Naïef misschien, maar pas na herhaald bezoek aan deze omgeving dringt het tot ons door dat dit een heren-ontmoetingsplek is, en we noemen voortaan het tegenoverliggende wetenschappelijk bolwerk; Het Hereninstituut.
Deze 'vrijplaatsen' worden overigens bedreigd, deze is bijvoorbeeld weggevaagd. In hoeverre is Nederland nog liberaal ?
Gepubliceerd in
Reacties
Reacties