verteller
Jerry (Gerrit) Meents
Gerrit (Jerry) Meents is geboren op 25 september 1930, in de oude Joodse buurt van Amsterdam. Zijn vader, Hartog Meents, was Joods. Zijn moeder Louisa Volger was niet-Joods. Het was een gemengd huwelijk waarin acht kinderen zijn geboren; drie vóór 1940, vier tijdens en één kind na de Tweede Wereldoorlog.
Na de oorlog is Gerrit naar Israël gegaan en heeft hij in militaire dienst gezeten. Hij is korte tijd terug geweest in Amsterdam, voor zijn moeder. Hij kreeg daar al vrij snel spijt van. Het antisemitisme stak in de jaren vijftig weer de kop op. Gerrit liep rond met een door hem zelf gefabriceerde ploertendoder om zich te verweren tegen de fanatieke Jodenhaters. Gerrit trouwde met een niet-joods meisje waardoor hij niet terug kon naar Israël. Zij emigreerden in 1957 naar Ogden, Utah in de V.S. Gerrit, inmiddels Jerry genoemd, was directeur van het Joods Maatschappelijk Werk en President van B’nai B’rith en hij had ruim 15 jaar een eigen winkel.
Na zijn pensioen is hij vooral bezig met het corrigeren van boeken en verhalen op websites. Corrigeren in de zin van wijzen op overdrijving en/of fouten en aanvullen (o.a. op de websites van het Gemeentearchief Amsterdam, Yad Vashem en de Amerikaans publieke omroep en onze eigen Geheugen van Oost).
Lees ook: Joods Amsterdam, het verhaal van Jerry Meents.
Mijn Joodse identiteit
Als kind uit een 'gemengd huwelijk' voelde ik mij joods!
Over het dilemma van een kind, opgevoed in een joodse omgeving maar volgens bepaalde Duitse wetten opeens niet-joods meer.
-
Christiaan de Wetschool, 1985. -
Christiaan de Wetstraat 19-21 en 23 met op nummer 23 de Christiaan de Wetschool (openbaar basisonderwijs). Foto is gemaakt door: Ino Roël.
Bron: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.
Ik voelde mij Joods
Ik ben geboren in de oude Jodenbuurt, in de Lange Houtstraat. Ik heb er nog lang genoeg gewoond om mij de buurt goed te herinneren. Wat ik vooral nog zo goed weet, is dat ik, als het Pesach was, gebroken matzes ging halen bij De Haan. Wij woonden vlak naast De Haan. Overigens heeft niemand bij ons in de buurt mij ooit verteld dat ik niet-joods zou zijn. Mijn moeder was niet-joods. Vele jaren heb ik het niet geweten. Ik heb nooit beseft dat ik niet-joods was, ook niet toen we verhuisden naar de Transvaalbuurt, naar de Danie Theronstraat. Ik ging daar naar de Christiaan de Wetschool, waar de meeste kinderen Joods waren. Toen in de oorlog, in 1941, de Joodse kinderen niet meer op een gewone openbare of christelijke school mochten, ben ik met de Joodse kinderen meegegaan. Ik heb toen tijdelijk op de Joodse school in de President Brandstraat gezeten. Dat bleek maar tijdelijk, totdat duidelijk was wie er volgens de Duitsers wel of niet Joods was.
Wel of geen ster.
In mei 1942 moesten alle Joden een gele Davidsster met het woord Jood erin gedrukt dragen. Er was wat verwarring over wie er Joods was en ik droeg de ster gedurende drie maanden; ik heb hem nog steeds. Mijn moeder ontdekte dat ik het niet hoefde te dragen en zij haalde hem van mijn kleding. In dit jaar werd er ook bepaald dat Joodse mensen niet meer op straat mochten na 8 uur 's-avonds. Mijn vader en andere ‘gemengd gehuwden’ moesten zich registreren als "getrouwd met een niet-Jood".
Gepubliceerd in
Reacties
Frits
Reacties