verteller
Lenny Feenstra
(1944) is opgegroeid in de Derde Oosterparkstraat. Ze was de oudste van een gezin met vijf kinderen (twee zussen en twee broers) en heeft fijne herinningen aan haar jeugd: "Het was een hele sociale buurt, met veel humor. Het grote verschil met nu is dat je wist wie er in de straat woonde."
Boodschappen doen
Als kind van twaalf deed ik alle boodschappen. Om mijn moeder te ontlasten nam ik mijn jongere broertjes mee. Mijn moeder drukte mij dan op het hart niet iedereen aan de tweeling te laten komen.
Ik was thuis de oudste en ook de brutaalste. Als kind van twaalf deed ik alle boodschappen; je moest leren met geld om te gaan. Mijn moeder wilde niet dat er op de pof werd gekocht. Ze hechtte ook veel belang aan goed eten. Ik moest altijd merkartikelen kopen. We kochten bij kleine winkeltjes, zoals Ladderak een hele leuke kruidenier. Van mevrouw de Jong van de melkhandel in de Derde Oosterparkstraat kreeg ik op zaterdag altijd een dikke plak kaas en een dubbeltje. Om mijn moeder te ontlasten, nam ik vaak mijn jongere broertjes mee. Mijn moeder drukte mij op het hart om niet iedereen aan de tweeling te laten komen. Op mijn beurt zei ik rustig tegen iemand die de tweeling wilde bekijken: "Niet met uw tengels aan de lakentjes komen!" De mensen zeiden dan weer tegen mijn moeder: "Wat is ze brutaal hè." Op een dag kwam ik bij het peulvruchtenwinkeltje van mevrouw Bus op het Beukenplein. Ze vroeg mij: "Goh, van wie is tweeling?" "Van mij", antwoordde ik. ';s Avonds belde ze bij mijn moeder aan en vroeg: "Heeft Lenny al een tweeling?" "Nee", zijn mijn moeder, "Die zijn van mij." Er kwamen ook veel kooplui aan de deur. De huisbaas kwam een keer in de week langs om de huur op te halen. De bovenbuurvrouw kon dat soms niet betalen. Ik kan mij nog herinneren dat de huisbaas aanbelde en zij met verdraaide stem naar beneden riep: "Mevrouw is drie maanden naar haar tuinhuis toe."
Gepubliceerd in
Reacties (2)
Jo
Hannie van Hoek
Grappig om te lezen van de melkboer mevrouw De Jong in de Derde Oosterparkstraat. Ook mijn moeder en ik kwamen vaak bij mevrouw De Jong en mevrouw Bus op het Beukenplein. Daarnaast had je ook nog Roos de chocolaterie en Wouda de banketbakker.
Op het Beukenplein waren verder nog te vinden, de paardenslager, een herenmodewinkel Boertien en de sigarenwinkel van Albers.
Hannie van Hoek-Holshuijsen
Jaap Klein
Wat heerlijk om uw verhaal te lezen. Herken véél, zelf ben ik van 1951 en op mijn 4e jaar kwam ik van de Van Woustraat op de Platanenweg te wonen. Prachtige jaren en het was niet voor niets dat er toen een 'Flowerpower' periode is geweest. Want wat had iedereen toch eigelijk veel voor elkaar over en wat een respect voor de andere /oudere mens.
Niet dat er nooit wat gebeurde, maar bijna altijd; sportief & eerlijk!! Een voorbeeld: een door mij 'gevonden' fiets stond een jaar (op advies van de politie) in de fietsenbox. Niemand meldde zich en pas toen mocht ik die fiets van mijn vader gebruiken. Dat was de norm toen en zohebben mijn vrouw en ik onze dochter (nu 23 jaar) ook proberen op te voeden. Nogmaals dank voor het zo leuk opgeschreven verhaal! Jaap Klein
4-5-'06 (bevrijdingsdag......)
Reacties (2)