verteller
Mevrouw ten Oever
woont al haar hele leven in Amsterdam Oost. Zij is geboren in 1916 in de Overamstelstraat en woont vanaf 1943 in de Eerste Oosterparkstraat. Voor haar is de buurt de buurt niet meer omdat er zoveel veranderd is.
Witte was
De witte was was vroeger witter. Daar kon ik van genieten, als op maandag de witte wassen buiten hingen.
De witte was was vroeger witter. Daar kon ik van genieten, als op maandag de witte wassen buiten hingen. De was werd in de bleek gezet en in de soda op het gas. Wij boenden de was op een wasbord met groene zeep. Daarna werd er gespoeld met blauwselwater. En dan had je nog goed dat je stijven moest. Wat is er nu nog? De mensen mopperen, zijn al moe als ze opstaan. Wij moesten vegen en ik lapte elke week de ramen. Wat ik ook mis zijn de bakkers. Vroeger stond je soms in de rij voor brood, dat zo uit de oven kwam. Het was dan nog warm. Dat brood was niet te vergelijken met het brood van nu. Kun je nu nog één bakker aanwijzen die lekker brood verkoopt? Het is hier een echte arbeidersbuurt geweest. De mensen hielpen elkaar. De ene week deed de één de trap, de andere week de ander. Dat was geen enkel probleem. Als een vrouw ging bevallen, dat gebeurde thuis, dan gingen de andere kinderen naar de buren. Tegenwoordig is alles anders. Verleden jaar had ik mijn knieschijf gebroken en liep ik met krukken. Mijn buren deden de trap nóóit. Om acht uur ‘s avond kwamen ze vragen of ze een boodschap voor me mee konden nemen, maar dat is natuurlijk veel te laat. De hele dag hoor je hier niets en zie je niets. Eigenlijk vind ik er niks meer aan.
Gepubliceerd in
Reacties (6)
De Bloeiende Theestruik
Leuk, deze naam van de winkel van mijn vader weer eens terug te zien. Wat ik mij van de oorlog herinner: we woonden tussen vele joodse mensen. Drogist Veder, Sigarenwinkel Cohenno. Allen zijn weggehaald en nooit meer teruggekomen. Ik zat op de Oosterparkschool op het 's-Gravesandeplein. Tussen de middag speelden we diefje met verlos in het Oosterpark. De Theestruik is in 1962 overgedaan aan een opticiën. Ik heber nog wel een foto van,
RECKET BLAUW KOPEN
het verhaal komt me inderdaad bekend voor. ben almweken zoniet maanden op zoek naar recket blauw,dit was nu in zakjes poeder te koop.Na groot aantal winkels geinformeerd te hebben blijkt niemand het meer te verkopen, wat heel erg jammer is.vitrage en verkleurde wit synthetische stof kun je er weer stralend wit mee krijgen.weet iemand van jullie of en waar het nog te koop is?
met liesbeth
goed die verhalen ,heb ik ook mee gemaakt het blauwsel werd poppetje blauw genoemd en was van recket , als ik het goed schrijf .! en wij haddeen thuis een dubbelle wringer, achter op stond de teil met water , en voor het sop. gekookt s,nachts in de soda. daarna de bleek en het poppetje . in die zelfde grote teil gingen mijn broer en ik zaterdags in bad. even een ander verhaal als er rijst gekookt werd of een stamppot die ging s, middags met kranten omwikkeld in het bed , dus als we weg gingen dan was het eten klaar als we terug kwamen en lekker was het hoor heerlijk gestoomd .de oosterpark tijd is voor mij een hele leuke jeugd geweest
groetjes van liesbeth
tilanusstraat tijd van 1943 tot 1956
Angela Leus
Beste mevr ten Oever, In de grote stad vervreemden mensen van elkaar, wij wonen in een dorp in Twente en bij ons is er nog duidelijk de gezelligheid en dat kinderen spelen op straat en dat de mensen elkaar helpen. Mischien zou U kunnen overwegen te verhuizen naar een dorp. Mijn vader is nu ook hier komen wonen na 76 jaar in de stad gewoond te hebben en hij wil NOOIT meer terug. Succes, Angela.
Anneke Sellmeijer
Mijn moeder deed iedere zaterdagavond de witte was in de soda. Wij waren toen met 6 kinderen, dus er was veel te wassen. Op zondagavond na het eten werd de was eruit gehaald en in het sop gezet. Op het gas en toen de was gekookt was, dus heel warm, werd er een oude leren jas omheen gedaan om het water warm te houden. De was werd er op maandag in de provissorische wasmachine gedaan (daarvoor in de teil met de wasborstel op het wasrek) en er uit via de wringer. Weer in het sop, daarna in het bleekwater, daarna in het blauwsel en pas dan werd de was nadat het weer eens door de wringer gehaald was, opgehangen buiten aan de waranda of op zolder. Dinsdag werd bij ons dan de bonte was gedaan, Droge was werd opgevouwen en dan moesten wij als kinderen erop gaan zitten om de vouwen eruit te krijgen. Verder werd er gestreken op woensdag en op zaterdag dan begon weer het hele circus opnieuw. Mijn moeder zou zelf liever blijven wassen op het rek en de teil, maar toen zij een soort wasmachine kreeg mocht zij dat van mijn vader niet meer doen. Ik moet er niet aan denken dat wij (verwend als wij zijn) de wasmachine en de droger niet meer zouden hebben. Mijn moeder kreeg pas een echte wasmachine (bovenlader) toen ik in 1963 al getrouwd was. Ondanks al het werk was het bij ons thuis schoon en had mijn moeder altijd tijd voor ons om een praatje te maken, om ons met het huiswerk te helpen etc.
Nederland 40-45 Studie- en Levende Geschiedenisgroep
Prachtig om de verhalen van Mw Ten Oever te lezen, ze vertellen ons zoveel over de tijd van toen en wij kunnen dat weer goed gebruiken bij onze optredens. Zelf heb ik ook de was gedaan op de manier waarop men dat vroeger deed, ook met soda en klokzeep, zelfs het sttijven heb ik ook gedaan. En mevrouw heeft helemaal gelijk, de was is witter en ruikt ook lekkerder, beter dan die vieze chemische lavendel geuren van tegenwoordig. Ook versch zelfgebakken brood is inderdaad veel lekkerder, tja niet alles is er beter op geworden de laatse 60 jaar! Mvg, Joeri Teeuwisse Nederland 40-45 Studie- en Levende Geschiedenisgroep
www.nederland4045.nl
Reacties (6)