Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verteller

Margreet Krul

Ik ben in 1947 in Den Haag geboren. Raynold Bruessing studeerde in Amsterdam, we werden verliefd en ik ben bij hem ingetrokken, dat was in 1969.
In 1970 zijn wij in één van de eerste flats in de Bijlmermeer gaan wonen. Een paar jaar later verhuisden we naar Holendrecht. Raynold en ik hebben 25 jaar gewoond en gewerkt in Holendrecht, onze kinderen Alek en Hedda zijn daar opgegroeid.

Toen viel mijn oog op het project Vrijburcht: meer dan wonen achter je voordeur. Vrijburcht is een succesvol CPO (collectief particulier opdrachtgeverschap) project op IJburg.
We hebben er een appartement gekocht en wonen daar sinds 2006. We hebben fantastische buren, op loopafstand een café en een theater/bioscoop, uitzicht over de hele wereld en zwemwater voor de deur.
In 2007 namen we met een paar buren het besluit om elke ochtend om zeven uur te gaan zwemmen.
Dit is het resultaat.

IJs en weder dienende

Vlakbij tussen zwart en grijs vier hoofden die zich voortbewegen.

6.55 uur. Het is november en nog donker buiten. Tegen mijn raam plakt nevel. Aan de overkant hebben enkele ramen de ogen open, maar de meeste zijn nog in diepe slaap.
Mijn bed wil me tegenhouden met haar warmte, maar ik moet eruit. Ik wikkel me in mijn badjas, stap in mijn slippers en stop de sleutels in mijn zak. O ja, de handdoek.
Ik trek de buitendeur dicht. Onder aan de trap kom ik één van mijn buren tegen, hij stapt net op de fiets; overjas, muts, handschoenen. Hij groet mij vrolijk, niet meer verbaasd over mijn verschijning in badkleding, geen wonder, dit ritueel bestaat al vijf jaar.
Om de hoek bij het café Vrijburcht wacht ik op de anderen, wij zijn met zijn vijven. We verzamelen ons in de luwte van het terras. Er volgt een kort gesprek, een paar grappen, een belangwekkende mededeling. Eén van ons zegt dat hij of zij naar Deventer moet. Het is niet waar, het is een code: het startsein.
Ik volg het groepje naar het steigertje. Kleren vallen op de grond, schoenen ernaast.
Onderaan het trapje wacht het donkere water glad als een spiegel; het breekt als de eerste erin glijdt. Ook de lucht breekt even: ‘brrr’.
Dat ene moment bijt de kou overal. Daarna is water mij en ik het water.
Om mij heen de onverbiddelijke schoonheid…
..van de snelweg waar een lint van licht op voorkruipt, van de maan, die gehuld in ochtendnevel licht strooit op dobberende zwanen, van de waterhoen die ons vanuit het riet iets toeschreeuwt, van het water waarin geheimen wonen..…
Vlakbij tussen zwart en grijs vier hoofden die zich voortbewegen.
Nu bijt de kou zich dieper vast en dringt mijn spieren binnen. Ik zwem nog een paar slagen naar de trap en grijp die vast. Mijn huid voelt de handdoek niet. Er klinken enthousiaste kreten, gevolgd door gemompel over de temperatuur van het water. Achter de huizen begint de hemel op te lichten.
Vijf mensen in badjas lopen terug naar waar het warm is. Een gebaar, een schouderklopje: ‘Tot morgen.’
IJs en weder dienende.

Auteur
Gepubliceerd in
2011
Reacties

Reacties

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website