verteller
Erik Bouwman
groeide op in de Fahrenheitstraat, waar hij geboren werd op Hemelvaartsdag 1945. Naar eigen zeggen was hij geen sportliefhebber en schooltuintjes konden hem evenmin bekoren. Hij hield van muziek, lezen, kunst en rondhangen en van zijn buurt. Deze liefde is niet bekoeld ondanks jarenlang verblijf in het buitenland. Erik woont nu in de Pijp in Amsterdam
Wachtend naakt
Een ode aan een standbeeld
Erik heeft veel goede herinneringen aan het Amstelstation en de directe omgeving daarvan.
-
In 1939 werd dit beeld van Theo van Reyn in het Amstelstation geplaatst. Het draagt de naam "Terugblik".
Aan de voorgevel van het station werd nog een beeld van Theo van Reyn geplaatst, dit brons verbeeldt `Toekomst van de Spoorwegen `
Foto van ...., gemaakt in ...
Er zijn veel reacties verschenen onder het stukje 'hangjongeren van toen '. Diverse inzenders halen herinneringen op aan hun jeugd in de de Wetbuurt. Voor een aantal was het Amstelstation vroeger de plek waar zij rondhingen en soms muziek maakten. Het beeld bij de trap was hun ontmoetingsplaats. Niet zo lang geleden heeft een aantal van hen opnieuw afgesproken om elkaar te ontmoeten bij het Amstelstation en kennelijk is dat een geanimeerd uitstapje geworden. Erik Bouwman maakte bovenstaand gedicht over het beeld.
Hij schrijft ter verduidelijking van zijn gedicht.
'Slechts een turf of drie hoog, was ik al gefascineerd door dit beeld. In mijn prilste puberteit sloeg dit over in een platonische, maar diep gekoesterde liefde die tot op de dag van vandaag niet meer over zal gaan. In het besef dat ik bij lange na niet de enige was die dergelijke gevoelens koesterde - er bestonden zelfs leeftijdsgenoten van de andere kunne die er eender over dachten in een tijdperk waarin Opzij ( behalve bij tante Bet op de Zeedijk) nog geen begrip was - zag ik haar onlangs weer, precies zo als die drie turven het zich herinnerde: even mooi en even eenzaam.
Een gevoel van schaamte kon niet langer onderdrukt worden, ondanks het feit dat ik me meermaals per jaar koesterde in de mooiste dialogen met haar, die geen woorden hiervoor nodig had.
Daar liepen wij, op die mooie augustusmorgen over de Ooster en door Jerusalem (Tijdens een verhalenwandeling GvO; opmerking M.Karpe) en daar hingen wij ,nog geen maand later, in een kuil die niet door ons gegraven was maar waar wij - verzamelde Hangjeugd van Toen - met liefde inflikkerden. Weer later ( tijdens verhalenwandeling in Betondorp; opmerking M.K.) koesterden we het Beton waar wij als kind zo'n hekel aan hadden: stonden stil bij Nummer 14 en De Avonden en dat op klaarlichte dag.
De harde kern der Hangjeugd van Toen - inmiddels aangevuld met een verre neef van het oude Singel - vond elkaar weer en besloot zelfs op gezette tijden weer gezamenlijk Om te vallen.
Diep in ons binnenste wisten we natuurlijk dat er tijdens al dit leuks een was die tevergeefs op ons wachtte. Turend over alle smakeloze commercie naar die afbeelding uit een tijd waarin kunst nog als ambacht werd bedreven en geruggensteund door vergelijkbare sereniteit zat zij in al haar schroomloze openheid te wachten op dat stel schoffies van weleer. Schoffies die haar weliswaar na al die jaren pas van een naam hadden voorzien maar die het verder voor gezien hielden.
Drie wandelloopjes waren al aan haar voorbij gegaan en de helft van de Watergraafsmeer herontdekt (gefluisterd wordt reeds omtrent de Jaap Edenbaan, in verband met diens 50-jarig bestaan). Bevallig legt het Naakt van Steen haar lokken in de ondersteunende hand en denkt "Wanneer ben ik eens aan de beurt ?".
Maar spreken doet zij niet .'
Revalidatie
Met krakende gezondheid,
Al terend op de statie,
Bij dag en dauw toch weer op pad,
Op zoek naar revalidatie.
Twee eksters brutaler dan de beul,
Twee kraaien als de raven,
Zeven vette lijven in de Keul',
Die zich aan resten laven.
De zon op tafel en op stoel,
Van een heel stil terras,
Verstomd, dat klagen uit je smoel,
En weg, die zak en as.
De loomheid van een baggerboot,
Het gesnater van de ganzen,
Brengen je leven weer in lood,
Verhogen er je kansen.
De hete adem van je jeugd,
Voel je daar in je nek,
En daarom is de Omval,
Onze allerliefste plek.
Zestien Miljoen
Vanuit de ruimte een vlooiendrol,
Zo klein bezag het Kuipers.
Met op dat piepklein Binnenhof,
Microscopisch kleine gluiperds.
Een land, groot als een graafschap,
Werp van grens tot grens een steen;
Laat dan een hazenwindje,
En je bent er al doorheen.
Bij het hakken vallen spaanders,
Maar in de politiek.
Gaat ook het afval verder,
Met elk een eigen kliek.
En doet iemand verstandig,
Dan zaagt men aan diens poot,
Dat geeft weer nieuwe spaanders,
Want groen bloed kleurt niet rood.
Job stuntelt in de kamer,
Drinkt heel erg zoete thee,
Dus kwam een kale knakker,
En die sprak: weg ermee.
Wij tappen ook graag moppen,
Van Sam tot aan dom blondje,
Maar lopen blind die laatste na,
Als een braaf Hollands hondje.
De Christelijke goedgelovig,
Maar roomser dan de paus.
Een democraat die dit al wist,
Deed plateautjes in z’n kous.
Tomatenrood kleurt een idee,
Want ‘Miel houdt niet van heren:
En wil met onze schuldenlast,
Eens vrolijk potverteren.
Dit land had ooit een baasje,
Zijn nek uit, stak die Rut',
Dus werd hij snel het haasje,
Ons aller Kop van Jut.
En kiepen er straks banken om,
Als broze dominostenen,
Kijk dan eens in je spiegeltje,
Zonder er bij te wenen.
Zestien miljoen partijen,
Voor even zoveel kiezers:
Je ziet ons land gedijen,
Want er zijn geen verliezers.
De Oplossing
Het land zit in een crisis,
Je hoort de noodklok rinkelen,
En dus stemt iedereen SP,
Voor proletarisch winkelen.
drie turven
Eric het gedicht heeft als een zorgvuldig gerichte pijl die wegschiet
van de boog mijn hart geraakt.(ik leef nog)
Een prachtig gedicht.
ps ik ben een boekje aan het lezen Zondagsgeld van Philip Snijder,
over de jaren zestig over het Bickerseiland een aanrader.
Groet R.
DRIE TURVEN
Hooguit drie turven was ik hoog,
Toen hield ik al van haar.
Ook nu hou’ ik het nauwelijks droog:
Ben nog steeds de sigaar.
Vijf turven hoog en vaak de klos,
Aan haar linkerhand het Zand;
We speelden er dieffie met verlos,
En waren bijdehand.
Zes, zeven turven onderhand,
Voelde ik me plotsklaps ouder,
Aan haar rechter verrees een gruwelpand,
Zij gaf het haar koudste schouder.
Maar achter haar die oude laan,
Waar ik veel later kwam.
Daarin een Steen die iets liet staan,
Een hek was van de dam.
Liefkozend hingen wij om haar heen,
Maar namen haar niet waar.
Drukker met liefde dan met steen,
Klonk, heel hol, een gitaar.
Toch haalden we telkens haar fiat,
Voor het lopen langs Renault.
Op weg naar Tante Sis patat,
Of een broodje van Ome Ko.
Station met winkels volgestouwd,
De deelraad zat te pitten.
De Omval plat, en vol gebouwd,
Maar zij bleef rustig zitten.
Na jaren zagen we haar terug,
Nog op haar vaste stekkie,
Van oud naar jong vormt zij een brug,
En van binnen een heel warm plekkie.
Bezie haar glimlach, heel subtiel;
Geheimzinniger dan Mona Lisa,
Dus stuur die Franse randdebiel,
Per scheve post naar Pisa.
Sta stil, haal trein of metro niet,
Bekijk haar en sta paf.
Want het is deze Stenen Griet,
Die ons een droomjeugd gaf.
De Keerzijde van de Medaille
De keerzijde van de medaille,
Dat broodje harde werkelijkheid,
Daarvoor benodigd je geen Braille,
En glanst nog steeds als toentertijd.
Die zelfkant van zo'n ordeteken,
Als Januskop reeds omgedraaid,
Betekent voor al die lieve leken:
Ook heden wordt u weer genaaid.
Die munten, vol eer in het blazoen,
Bezitten duistere achterzijden.
En zijn als Hangongeren van Toen,
Die stress en ook slecht weer vermijden.
Vol branie klinkt hun hoongeschal,
Nog veel brutaler dan de neten,
Met holle echo's door Amstel's hal,
Waar zij het mooi af lieten weten.
Slechts twee deelden de drollendraf,
Met Omvalkoffie voor een koopje,
Maar haakten ook voortijdig af,
Met buik- en dus geen wandel-loopje.
Dus burgers, boeren, buitenlui,
Ziet u van Toen die Hangjeugd hangen,
Voorspel bij voorbaat reeds een bui,
Want ze zijn valser dan de slangen.
Re: Hieper der Piep
Er is er een jarig, hoera, hoera,
Dat kun je wel zien, dat is Eun.
Dat vinden wij allen heel prettig, ja,ja,
Dus zingen wij deze deun.
Hij leve lang, hoera, hoera,
En volstandig onverhoopt,
Is hij bij het loopje die dag daarna,
Nog net niet volledig gesloopt!
Hieper der Piep
Vandaag is René van Eunen (Riva) jarig, van harte gefeliciteerd met je verjaardag en maak er een leuke dag van met vrienden en familie.
groetjes namens de 4 Hangjongeren .
Erik, Conny, Constance, Ria .
Hopelijk tot morgen
Alternatief i.p.v. duwen
Een MEER dan uitstekend plan, waarvoor dank, Ron; hopelijk kan Ria in Purnerend aan zo'n ding komen, en dan met de trein.
Zou een fluitje van een cent moeten zijn, dus in spanning wachten we af!
Erik
--------------------------------
Mits het niet gaat regenen zondag heb ik een CHAUFEUSE geregeld ,nu nog een duwer .Dus wie bied zich aan ?????
Groetjes Ria
------------------------------
Geen thema; Edwin en ik wisselen elkaar zeker met liefde af en als we er bij neervallen hebben we toch altijd nog een lange vriendin....
(welke laatste wel de verantwoording draagt de duwneef op te laten draven...)
Erik
--------------------------------
Helemaal leuk ,ik zal Jo ook nog ff een mailtje sturen .Doei doei Ria
Alternatief i.p.v. duwen
Als alternatief misschien een Segway voor Ria huren / lenen?
Ik gooi het ook maar in de groep.
Gr.
Ron
Zo simpel gaat het!!!
LIJSTDUWERS GEZOCHT
Lieve mensen van Oost,
DAT kunen we toch niet over ons hart verkrijgen:
Groen Links krijgt mogelijk een Tofikkie als lijsttrekker (ja, nou effe niet lache') dan is toch het minste dat WIJ van jullie moge' verwachte' een hele LIJST DUWERS voor onze Ria, aanstaande zondag! Dus wél effe aanmelde, asjebleift, dankjewel.
(Zo, nou alleen nog effe transport regele' van de Purmer tot het Amstel, en dan kenne we een partij lache' met se alle, want die Jo HEB me daar een pakkoers uitgedacht, daar lust een rolstoel geen rollator van, as je begrijpt wat ik bedoel)
TEGENSTRIJDIGE BERICHTGEVING
Naar verluidt zal zondag 20 mei 2012 wederom een, inmiddels zeer populaire, verhalenwandeling in Amsterdam Oost plaatsvinden, rond de Omval en langs de Amstel. De organisatie is ook ditmaal weer in de kundige handen van mevrouw Jo Haen, waardoor bij voorbaat reeds grote publieke belangstelling wordt verwacht. Als vertrekpunt is gekozen voor de trap in het Amstelstation, met andere woorden rond het in de volksmond zo genoemde Naakt van Steen ( het beeld: de Terugblik van Theo van Reyn) boven aan die trap, waar gegadigden om 11.00 uur worden verwacht.
Tot zover de berichtgeving zoals weergegeven op Het Geheugen van Oost, een populaire website rond dit stadsdeel.
Onbevestigde bronnen melden echter, dat aan dit evenement een rolstoelrace zal worden toegevoegd, dit in navolging van een eerder in Betondorp gehouden rollatorrace, die dermate in populariteit is gestegen dan diverse warenhuizen in de hoofdstad dergelijke hulpmiddelen voor de slechteren ter been reeds hebben verboden. Het incident afgelopen week in de Bijenkorf, waarbij een rolstoelende racer bijkans een rollator over het balkon heen veegde ligt hieraan ten grondslag.
Met het oog op het koude Amstelwater zo vroeg in het seizoen is het vooralsnog onzeker, of de gemeente voor deze voorgenomen rolstoelrace vergunning zal verlenen. Hierdoor is ook het optreden van Neerlands Hoop met: “Hij, die me duwde” op losse schroeven komen te staan.
De organisatie, zich bewust van dit dilemma, had bij negatief oordeel door de gemeente wel reeds voor passende vervanging van dit optreden gezorgd, naar verluidt door dé tegenhanger van het op handen zijnde Eurovisie Songfestival, alwaar een zangeres getooid met indianenveren passend ons land zal representeren.
De wandellopers rond Omval en Amstel zouden hierdoor als alternatief een optreden van een zangeres met cowboyhoed tegemoet kunnen zien, die ook nog eens kan jodelen.
(red.: iets wat wij die verenmuts zo snel nog niet zien doen)
Naar verluidt schijnt op een aantal woensdagochtenden een groot aantal jongeren in het geniep in de Wetbuurt aan het oefenen te zijn geslagen met voorwerpen uit grootmoeders tijd, en hebben zich hierin inmiddels dermate bekwaamd, dat voor de hoed der zangeres moet worden gevreesd. Hierop werd door de jodelende zangeres inmiddels haar optreden als uiterst onzeker bestempeld, aangezien haar cowboyhoed essentieel deel uit maakt van haar optreden en bovendien een erfstuk van wijlen Roy Rogers schijnt te zijn.
Tegenstanders spreken echter van Gene Autrey, terwijl ook Lou Lap als oervader van het desbetreffend hoofddeksel wordt aangeduid.
Kortom: al deze tegenstrijdige berichten dragen er toe bij, dat een meer dan normale belangstelling voor deze verhalenwandeling te verwachten valt, dus áls u hier als rechtgeaarde Amsterdammer aan mee wilt doen, raden wij u ten sterkste aan uw aanmelding te bespoedigen, gezien het beperkte aantal deelnemers.
HJ-TV
--------------------------------
Pfff . Gelukkig jullie zijn er weer ,het is weer een weergaloos verhaal genieten dus, én ik ben in het bezit van een rolstoel zoals jij aangeeft mogen die ook deelnemen aan de wandeltocht nu nog een vrijwiliger vinden die bereid is om mij op te halen en te duwen .
Kijk om al die boven genoemde mensen te ontmoeten dat wil ik eigenlijk niet missen zo'n kans krijg je nooit meer :-)
groetjes Ria
Winkelen
“Is dat de waarheid, da's bij mij”,
Sprak zij, met rode wangen.
Een heel gezelschap maakt mij blij,
Daar kan ik naar verlangen.
Spontaan schoot zij al in de stress,
Voordat iets ging gebeuren.
Maar bleef toch stevig bij de les,
En ging langs winkels leuren.
De Kalver, Leidse en de rest,
Ja, zelfs de Nieuwendijk.
Maar telkens nul op haar rekest:
“Neem ons niet in de zeik.”
Van Bijenkorf naar V en D,
Weer terug naar C en A,
Hoogneuzig “Pardon” gematigd “Nee”,
En “Loop je zooitje achterna.”
De Dappermarkt, de Albert Cuyp,
Ja, zelfs door de van Wou.
Ze gilde haast: “Help ik verzuip”,
Maar niemand die haar helpen zou.
Die hele lange tocht te voet,
Totaal voor niets geweest.
Dat deed haar oude hart geen goed,
Zij gaf bijna de geest.
Nergens mode in steen te koop,
Ze had niets om aan te trekken.
Maar plots gloorde een sprankje hoop:
“Ze kunnen mooi verrekken!”
“Ik zit hier meer dan honderd jaar,
Toch vrolijk in mijn blootje,
Dus wie dat stoort, die zegt het maar,
En loopt mooi naar z’n grootje!”
Zo stralend was zij nog nooit geweest,
Een lichte glimlach rond haar lippen,
Vol vertouwen op het verzamelfeest,
Want aan haar kon niemand tippen!
Een esoterisch bloemetje
Aan al dat ouwe gajes,
Dat deze rubriek versiert,
Vanuit de kerk of bajes,
Nu even niet geklierd.
Sta hiermee even met me stil,
En denk ""Mana-mana"
Kijk door je meest yogaanse bril,
Spreek dan die woorden na.
Doen wij dit allen samen,
Heerst vrede in de tent,
En wordt er zonder amen
Een heel lief mens verwend.
Dit lieve mens, geen stomme kut,
Want ieder dierbaar en niet gek;
Kocht toch haar schoentjes niet bij Rut,
En gleed dus op haar platte bek.
Gebroken voetje in het blauw,
Geen loopje, geen gehang,
Voorlopig Snoek geen watjekauw;
Vandaar nu landsbelang.
Dus prevel allen met mij mee,
In koor: "Mana-mana",
Van Amsterdam tot Zierikzee,
Een wonder is dan na.
Uit ieders geest stijgt er een op,
Met een haast onhoorbaar zoemetje,
En vliegt dan richting Purmerend,
Als esoterisch bloemetje.
Erik en Conny
------------------------------
Bij deze wens sluit ik me volledig bij aan.
Lieve Ria, verdorie, maar zoals altijd, houd je ook hier weer je humor erbij.
Constance
-----------------------------
Dank je wel voor dat mooie gedicht en de bloemen.
Aan belangstelling en hulp geen gebrek .
Groetjes met een dikke knuffel Ria
Re: Vertedering
... miljoenen rode rakkers dragen elf millionairs op handen.Erik------
Utopia?De gedachte daar misschien ooit te moeten verblijvenvervult mij met voorbaat met afgrijzen.Renee
Wat mij dan toch weer gruwelijk intrigeert, waarde filosoof, is het verband tussen onze voetbalmilionairs en Utopia.
Of zouden de eersten bij Ben Glijhuis over de vloer zijn gekomen?
Onwaarschijnlijk, maar mogelijk; dus bedankt maar weer, je houdt de grijze cellen wakker in het droefgeestige landschap dat lente heet.
Twee minuten
Twee minuten stilte,
Een brok schiet in je keel.
Miljoenen mensen afgeslacht,
Als begrip gewoon te veel.
Twee minuten stilte,
Maar ieder, toen en nu,
Staat stil bij iemand die hij kende,
Massa wordt individu.
Twee minuten na twaalf uur 's nachts,
Ons land werd eindelijk vrij.
Op plein, in straat daar dansen ze,
En iedereen is blij.
Twee keer twee minuten,
Wars van elk logisch beleid;
Een begrip van heel erg vroeger,
Dat van saamhorigheid.
Geen titel
Hij was een Jood,
Had niemand iets gedaan,
Toch moest hij gaan.
Zij was zijn vrouw
Zij hadden kinderen, een gezin
Ook zij moesten die trein in
En die zigeunerfamilie
Deed niemand kwaad
Maar omdat ze zigeuners zijn
Zaten ze in die trein
En de homo
Verging het evenzo
En al die jonge soldaten
die voor ons land het leven hebben gelaten
En al die mensen uit het verzet
Hebben het niet allemaal gered
CtL
Joodsch Kind
Dag allemaal,
Dit gedicht van Henk Fedder is me altijd bijgebleven.
Maar er zit voor mij nog een herinnering aan.
Dat was met neef op mijn kamertje. Hij met mijn rode gitaar, hij heeft er echt weken overgedaan om mij gitaar te leren spelen en het toen maar opgegeven, want ik had en heb echt geen aanleg daarvoor.
Neef improviseerde ook vaak, en zo had hij een eigen melodie en begon toen Joodsch Kind te zingen. Niet alleen de rillingen liepen over je rug, maar ik was ook blij verrast dat hij dat gedicht OOK kende.
Maar het gaat natuurlijk niet alleen om deze herinnering, het gaat om, dat wij niet vergeten. Wij zijn nu al de oude generatie en veel van ons zijn op het eind of na de tweede wereldoorlog geboren, maar dragen de verhalen van onze ouders mee.
Die geef je dan weer door aan je kinderen, maar op een gegeven moment...
Hier komt het gedicht van Henk Fedder:
Joodsch Kind
Zij wacht hem elke avond aan de trein
Het meisje met d'on-arisch zwarte haren
Met ogen, die verstrakken in een staren
... Of vader gauw de tunnel door zal zijn
Forensen schuif'len langs de middendeur
En schieten van de trap in 't daaglijks jachten
Het donkre kind kan enkel staan en wachten
Vlakbij het hokje van de conducteur.
Dan zwaait een mannenarm een verre groet
Op 't klein gezicht bloeit plotseling herkennen
Zij wil op slag hard naar haar vader rennen
Hij bukt zich laag en zoent haar smalle toet
Nu gaan ze samen door de late dag
De man gebogen en van zorg gebeten
Het ratelstemmetje wil erg graag weten
Waarom ze nog niet naar het zwembad mag
O Heer, ik heb vandaag één bede maar
Elk Joods gezin wordt haast uiteengereten
Laat de Gestapo deze twee vergeten
Laat die in Jezus'naam toch bij elkaar
Henk Fedder
overgenomen uit Epiek en Liriek, Wolters Groningen-Batavia, 8e druk, 1949
Rrrrroept U Maar….. Ballen!
(Dingeding-dong; dingeding-dong, dingeding-eudenfreud)
Nou DA’S een tijd geleden, lieve Amsteldorpers en Wetbuurters, dat ik een bijdrage mocht leveren aan een buurtfeessie! Alhoewel….. eigenlijk meer de VOORbereiding van een feessie, want zover benne me nog niet; maar toch! Dat vlijtige grut moet je toch ook effe een hart onder de riem steken, of niet soms? Kijk nou toch ’s hoe die kruimels hun bést doen, om zich in allerlei bochten te wringen… ja, dat is yoga eerste klas en die ouwe magere grijze uilenbril laat precies zien hoe dat moet; toch een prestaaaatsie; op die leeftijd!
Maar goed; genoeg geluld, want dáárom hebbe’ se me niet ingehuurd, dusssssssssssssss: GAATIE!
Ze oefenen rond de Koolmees, en dansen in het rond,
Ja zelfs de yogameester, springt als een jonge hond.
Ze leren een nieuw trucje, uit een vervlogen tijd,
De een die helpt een ander, hier heerst geen penisnijd.
Moet je dat grut zien springen; nog geen drie turven hoog,
Ze spelen daar met dingen, bont als de regenboog.
Maar bovenal glimt zilver, licht spettert er van af,
Dan plots jagen ze ouderen, met vreselijk snelle draf.
Ze rennen rond de Koolmees, en zijn op hoedenjacht,
Niet iedereen kan lachen, ze bellen vijf maal acht,
Maar als een smeris opduikt, met een veels te grote pet,
Dan wordt die afgekietebalt, en iedereen heeft pret.
…..
…..salleemoukrijge’….. waar loopt al dat grut zo plotseling naartoe? Mot je ze zien tuine’, zeg; mannnnnn, d’r ontstaat daar verdorie een heel opstootje bij die volgende hoek! (Nou, beter net doen of ik niks in de peiling heb en gewoon m’n rippetwaar afmake’)
Daar komt een mager mokkel, verderop plots uit een deur,
Met Cowboyhoed en Tokkel, en een hele grote scheur.
Maar voor ze kan gaan jodelen: ja, je begrijpt het al,
Vliegt mooi dat hoedje door de lucht, dankzij een kietebal!
…..
…..
…..renne’ ze NOU toch weer naar toe? Terug van hoek Fahrenheitstraat naar de brug van het ‘Singel?
Maar Appie Zwaan heb helemaal geen dienst, vandaag….oh…..
…..oh, wat lieeeeeeeef; wat ver-te-de-rend, die opa met z’n kleinkind wil ook meedoen! Nou, vader; als ik jou was zou ik maar oppasse’ met die dure Reej Bann zonnebril van je!
Ze hebben hem in de peiling, die ukkies zijn heel vlot,
Met al hun Kieteballen, schieten ze hem verrot,
Opa is wel wat onsportief, en raakt heel hard een bil,
Maar plots draagt schele Pietje, een dure zonnebril.
Het netjes begonnen feestje, loopt danig uit de hand,
Als dat nog effe doorgaat, staat morgen in de krant:
Jeugdbendes in de Meer actief, slachtoffers Rie en Rob.
Rob’s kroost begint te blèren, want de Kieteballen zijn op.
De Cowboyhoed grijpt heel snel in, en troost het arme schaap,
Dat schrikt zich plots het schompes, en trapt haar voor d’r raap.
Het wurm beging te gillen, maar het grut heeft dolle pret,
Want dat mens daar met haar brede grijns, is sprekend Mister Ed!
….
…..Hoebedoelu; schei nou ’s uit met die kutliedjes van je? Zeker naast Hans gezeten, in de klas of zo’n lekker Snoekie van Zwaan verorberd, waarvan die lange graten in je strot blijven steken? Nou jonge’s en meissies; ik pak m’n boeltje wel weer in, maar eh…. nétjes blijven tegenover jullie yogameester, hè? Anders zwaait er wat, dat kenne’ jullie van me aannemen; een HEEL groot zwaard van die vroegere Ridder! DOOOOEEEEI!
Vertedering
Wat mij toch telkens weer verbaast,
Sinds tientallen van jaren,
Dat zijn die rode rakkers,
Ooit op de barricaden.
Zij riepen: weg met het kapitaal,
En roepen dat ook nu.
Jan met de pet, thans Henk en Ingrid,
Vinden zelfverrijking cru.
Toch voel ik voor hen vertedering;
Maar verbazing niet aan banden,
Want miljoenen rode rakkers,
Dragen elf millionairs op handen.
Erik
-------------------------
PATS!!! BOEM!!!!!
Wrijf het er maar in.
Constance
-------------------------
Utopia?De gedachte daar misschien ooit te moeten verblijven
vervult mij met voorbaat met afgrijzen.
Renee
1 … 20 / 203 Volgende »