Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verteller

Anna Elisabeth

De vertelster is gelijk aan de schrijver van dit verhaal: Frits Slicht Naar aan;eiding van een aantal verhalen (geruchten) dat er ooit een groot ziekenhuis zou zijn geweest in het Oosterpark ben ik op zoek gegaan. Het Parkherstellingsoord was mij al bekend, nu nog Het Elisabeth-Gesticht
De bronnen die ik voor deze verhalen heb gebruikt zijn:
1) R. Meischke, Amsterdam. Het R.C. Maagdenhuis en het St. Elisabeth-gesticht. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist / Staatsuitgeverij, Den Haag 1980.
2) Tijdschrift De Schakel, december 1940 (Gemeentearchief Amsterdam, Archief van de Sociale Raad en rechtsvoorgangers, inv.nr. 400-2409).
3) Artikel uit het Algemeen Handelsblad van 19 juni 1889
4) Oosterpark - Amsterdam, Cultuurhistorische Verkenning
5) Archief van het Rooms-Katholiek Maagdenhuis en Sint Nicolaas Gesticht en daarvan de inv.nrs. 428/429/430

Het Sint Elisabeth-Gesticht, regels 1 (Derde en Vierde Klasse)

Voorbeelden van algemene regels voor de patiënten uit de Derde en Vierde Klasse.

Net als bij de eerste en tweede klasse was er ook hier een reglement. Opvallend verschil is dat er geen enkel onderscheid werd gemaakt tussen de derde en vierde klasse. Verder valt op dat zij minder vrijheden hadden. Regels en rechten met betrekking tot de voeding en verzorging zaten in het algemene reglement.

Voorbeelden van algemene regels

In artikel één van het reglement wordt benadrukt dat verpleegden geacht werden: beleefdheid, gehoorzaamheid en eerbied te tonen aan de leiding van Het Gesticht. Ook onderling was men gehouden aan de ‘normale beleefdheidsvormen’ en diende men elkaar te helpen indien gebrek of ouderdom dit vereisten.
Opvallend is dat de verpleegden werkzaamheden verrichtten. De mannen hielden zich bezig met ‘wat zij volgens hun ambacht konden doen’. De vrouwen konden bijvoorbeeld naaien of breien, maar zij konden ook worden ingezet voor huishoudelijke taken.

Hygiëne

De verpleegden moesten zich ‘regelmatig wassen en reinigen’. Plaats en tijd van deze rituelen werden door de Eerwaarde Moeder (de directrice) of de Zusters bepaald. Op de uitgaansdag, één keer per week, moesten de verpleegden zich ‘behoorlijk wassen en kleden’ voor men de straat op mocht. Mannen hadden hun uitgaansdag op dinsdag, vrouwen op vrijdag.
Het Gesticht zorgde: ‘ten behoorlijken tijd en naarmate de behoefte’, voor schoon ondergoed en bovenkleding. Bij opname in Het Gesticht (artikel 11) moesten men de kleren die men bij zich had, overdragen aan de Eerwaarde Zusters. Deze kleding werd voor hen bewaard. De derde klasse mocht in Het Gesticht eigen kleding dragen, de vierde klasse droeg kleding van het huis! Mogelijk kreeg de derde klasse uit deze bewaarafdeling zo af en toe schone kleding. Bij het verlaten van Het Gesticht kreeg men de kleding (en andere in bewaring gestelde goederen) terug. In het geval van overlijden vervielen kleding en andere goederen aan Het Gesticht.

Auteur
Gepubliceerd in
2012
  • Het reglement. -

    Voorblad van Het Reglement voor de 3de en 4de klasse! Datering: 1895.
    Bron: Stadsarchief Amsterdam, inv. nr. 488-430

  • Artikel 8. -

    Voorbeeld van artikel uit het Reglement voor de 3de en 4de klasse-patiënten.
    Bron: Stadsarchief Amsterdam, inv. nr. 488-430.

Reacties

Reacties

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website