Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verteller

Rob Stravers

woonde in de jaren '50 in de Tweede van Swindenstraat nummer 84.

Zondagavond

Het laatste geluid van de avond veroorzaakte een rilling bij mijn moeder.

  • Dapperplein -

    Het Dapperplein en de ingang van de Tweede van Swindenstraat in 1967 (Foto: Gemeentearchief Amsterdam)

Op zondagavond kwam Ome Toon, de ijsman, in de straat. Aan de kleur van zijn gezicht kon je zien waar de winst bleef, maar zijn ijs was heerlijk. Zodra hij met z'n kar de straat in liep, begonnen de kinderen te roepen naar hun moeders in de hoop dat ze geld voor een ijsje uit raam gooiden, want met heen en weer lopen kon je te laat zijn. Het roepen ging over in schreeuwen als Ome Toon aanstalten maakte om verder te gaan. Alle kelen werkten dan op volle sterkte. Wie niet likte, schreeuwde. Zodra de lampen aangingen moesten de kinderen 'naar boven'. Met elk verdwijnend kind werd de straat stiller, waardoor een heel ander geluid hoorbaar werd. Gitaarmuziek. Een paar huizen verder woonde een moeder met haar zoon en die zoon speelde gitaar. Dat klonk best wel mooi en ik was niet de enige die dat vond, al zei de naam Jan Akkerman mij toen nog niets. Als het helemaal donker was, hield ook de gitaarmuziek op. Het laatste geluid veroorzaakte een rilling bij mijn moeder: "Berlinerbol, berlinerbol, berlinerbol, bol, bol." Een witte bakfiets, met een glazen bak en een man en een vrouw. Die vrouw was volgens mijn moeder heel vies en de toon waarop ze dat zei, in combinatie met haar gezichtsuitdrukking, gaf geen enkel ruimte voor iets schoons. Wat uit die kar kwam moest op z'n minst bewegend vies zijn. En dan werd het echt stil. De Tweede Van Swindenstraat sliep, de Dapperbuurt sliep, ja, heel Amsterdam Oost lag in diepe rust. En soms nog een goederentrein, waarvan je op gehoor de wagens probeerde te tellen, maar waarvan je de laatste wagen dan meestal niet meer hoorde.

Auteur
Gepubliceerd in
2003
Reacties (5)

Cor Lascaris jr.

Ik kan me niet de naam Toon herinneren,maar wel(als het dezelfde man was,ik woonde in de Sumatrastraat)de oblie's.Een opgerolde wafel gevuld met slagroom uit een "mooie"machine.
Iedere Zondagmiddag laat kwam ie langs en ik geloof alleen in de zomermaanden.
En af en toe de zuurwagen.Voor een zure bom of ui.Ik vraag me af of die namen herkenbaar zijn en of die "versnaperingen"nog gegeten worden of bestaan?het woord Berliner bol doet mij watertanden....haha,rillingen.

Cor Lascaris jr.
,
10 okt 2008, 11:08

Mildred Denney (Geb. Muller)

Zelf kom ik uit Betondorp maar veel van mijn schoolgenoten (ULO OOST aan de Polderweg) kwamen uit de Indische buurt.
De 'Berliner Bollen' wagen kwam heeeel af en toe in Betondorp. Ik hoor het nog: 'Berliner Bolluuuuuuhn - Bij De Koffie En De Thee: Neem Berliner Bollen Meeee!! '
En ook bij dit bericht: GEWELDIGE foto!!!
Groetjes, Mildred (mdenney@together.net)

Mildred Denney (Geb. Muller)
,
23 feb 2007, 19:12

Hennie Moelee

Ik proef ineens dat ijsje van ome Toon de ijsman. Maar ook later zijn patat met picalilly. De zuurman die woensdag en zondag in de Wagenaarstraat kwam. Lekker gele komkommer. Loopt het water al in de mond, nou bij mij wel. En de vele beroemdheden, Jan Akkerman maar ook Rob de Nijs. Ik was toch wel gelukkig in Oost.

Hennie Moelee
,
14 jun 2006, 13:30

Peter Fijma

Wat leuk die samenloop, ook in Oost. Ik was teener en gek van beatbandjes. Op hoogtijdagen speelde Johnny and his Cellar Rockers in de Transvaalstraat voor bij fietsenstalling Ramzak. Toen reeds bleek het grootmeesterschap van Jan Akkerman, wiens vader (toen) een lompen- en oud metalenhandel had en voor Jan... een grote, ruime kelder (cellar) en een heuse, eigen Renault-Voltigeur bestelwagen voor de band! Jan woonde schuin tegenover mijn eerste, nooit beantwoorde, liefde Majorie Knol, wiens moeder een sigarenzaak dreef op de hoek van de Laings Nekstraat.

Peter Fijma
,
27 jan 2006, 16:14

Hans Bak - woonde vanaf zijn geboorte in 1947 tot 1969 in de Reinwardtstraat 112-hs -

Het is juist dat je aan Ome Toon de ijscoman kon zien waar de winst bleef. Mijn vader (die een melkwinkel had op de Reinwardtstraat) vond hem dikwijls 's morgens vroeg, zijn roes uitslapende tussen de lege slagroomflessen, als hij zijn bakfiets ophaalde bij de karrenbaas in de Wagenaarstraat waar ook de ijscokar van ome Toon stond. De "Beliner bol man en vrouw" woonden in de Reinwardtstraat, waar overdag het bakfietsje met de witte bak stond.

Hans Bak - woonde vanaf zijn geboorte in 1947 tot 1969 in de Rei
,
26 jan 2004, 10:59
Reacties (5)

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website