Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verteller

Henk de Koning

(1922 - december 2006), was zoon van dhr. De Koning, destijds hoofd van de Hogewegschool. Hij is geboren op de Linnaeusparkweg 13 en heeft daar gewoond tot 1951. Hij was werkzaam als leraar lichamelijke opvoeding.

Een onvergetelijk dagje in het Gemeenlandshuis

's Avonds stak de heer Visser ter onzer ere een lege teerton in de brand.

Via mijn grootvader, die vervener was en in diverse polderbesturen zat, kenden we de familie Visser, bewoners van het Gemeenlandshuis Diemerzeedijk. Het huis was de zetel van de dijkgraaf en de familie Visser vormde een soort conciërge. Ze hadden twee zonen, iets ouder dan wij, die bij vader op school zaten.

Op een mooie zomerdag brachten we daar een bezoek. Ze hadden een grote tuin die overging in een groot braakliggend stuk land met veel rietkragen aan de Nieuwe Meer. Er liepen rails over het terrein, waarover een platte lorrie liep, die gebruikt werd voor rietvervoer e.d. Je kon heerlijk met die lorrie spelen en ermee rijden. Alles mocht! Om 12 uur moesten de zonen twee kippen vangen om ze klaar te maken voor het diner. Ze namen ieder een handvol kiezelstenen en achtervolgden de angstig wegvluchtende kippen. Ze gooiden met die stenen naar de kippen en hadden in no time ieder een kip in de hand. De jongens waren in mijn ogen net Indianen. ’s Middags gingen we zwemmen in het Nieuwe Diep, we kleedden ons om in het botenhuis in een kleine kreek van het Diep. Het water in de kreek was niet diep — mijn moeder hoefde zich dus geen zorgen te maken. Tegen de avond gingen we aan tafel, de kippen smaakten uitstekend. ’s Avonds, toen het al begon te donkeren, stak de heer Visser, ter onzer ere een lege teerton in de brand. De teer zat nog aan alle kanten aan het hout vast, eenmaal in brand gaf dat een torenhoog oplaaiend vuur. Daarna gingen we, doodmoe, maar voldaan huiswaarts.

Helaas is in oorlogstijd het grote huis een verzamelplaats geworden voor NSB-ers en Duitsers. We zijn er nooit meer geweest.

Gepubliceerd in
2006
Reacties (3)

Diemerzeedijk rond 1950-1955

Verwarrend al die verhalen over de Diemerzeedijk. Als je naar het Gemeenlandshuis ging dan ging je over de Merwedebrug,weg naar beneden en weer omhoog, langs 3 zeilscholen t.w. ??, 2e Zeilschool Holland, 3e een Politie zeilschool, dan het Gemeenlandshuis waar de familie de Groot met zoon Jan achterin woonden, weer een stukje verder Zwemschool OOst en dan het huiis van de fam. Kraayenveld met zoon Kees, dan ging de weg naar rechts langs een stuk braakliggend grond (hetwelk later de afvalberg werd) en en liep zo door langs het water van Beneden Diep naar het Plashuis en dan nog verder naar de rijdende pont over de Merwede naar Diemen. Zo herrineren wij de dijk.
Jan en Kees waren vrienden van Karel Nickel en Han Hendriks en verbleven vaak op de Kramatweg hoek Baweanstraat, alwaar menig spelletje werd gespeeld. Als jongere woonde ik op nr. 46
en was zeer vaak bij de toenmalige vriendengroep, welke zomers altijd te vinden was in Zwemschool Oost.

Boy Zoet
,
1 dec 2011, 16:12

Coco Snoek, destijds wonend Kramatweg 13

Over het Gemeenlandhuis heb ik het navolgende verhaal.
Ik ben van 1934 en spreek over de tijd 1940- 1952.
Wij behoorden tot de de Nederlandse Hervormde Gemeente, wijk 29/30. Dat was de Elthetokerk, hoek Javaplantsoen-Kramatweg.
Mijn vader was diaken en de vader van mijn vriendje Kees Kraayenveld ook. Kees vaders beroep was concierge van het Gemeenlandhuis en zijn moeder hield het schoon.
Hun woonhuis stond onder aan de dijk, achter het Gemeenlandhuis.
Eens slopen Kees en ik daar stiekem naar binnen, met de gepikte sleutels van het sleutelbord. We waren onder de indruk van 'het mooie'. Diep onder de indruk vertelden wij zijn moeder dat we er geweest waren. Zij werd niet boos, maar we mochten het nooit meer doen. Helaas ben ik er nadien nooit meer binnen geweest.
Een eindje daarvoor, beneden in de bocht van de Diemerzeedijk in een wit huisje, woonde mijn vriendinnetje Marrie Barneveld. Ook haar vader behoorde tot ons kerkbestuur. Hij was de brugwachter, van de brug over het Merwedekanaal.
Kees, Marrie en ik speelden dikwijls op de afvalbelt, iets verderop bij Kees. Toen al, van de prins ons geen milieuverontreiniging bewust, zagen wij tot ons grote plezier konijnen met driebubbele oren, katten met twee staarten of maar drie poten.
Dat terrein is nu ingepakt door de Gemeentelijke Milieudienst en tot Diemerzeepark omgetoverd.
Vanaf het Plashuis, een jachthaven aan de achterkant van Kees' huis, waar heerlijke ranja gratis aan Kees, Marrie en mij geschonken werd, liep een vijfcenten railpont naar de overkant van het Merwedekanaal, de Westelijke Merwedekanaaldijk. Zo was je direct in Diemen en bij het Nieuwe Diep, alwaar ik in het vijnfcentenbad 'aan de haak' heb leren zwemmen. Er waren gescheiden een vrouwenbad en een gemengd bad, waar in het laatste ,natuurlijk, altijd drukker was.
Aan de voorkant van Kees' huis aan de Diemerzeedijk, zakten we langs de van algen glibberige bazaltblokken het IJsselmeer in. Vandaaruit zagen we bij helder weer duidelijk Pampus liggen.
De moeder van Kees vertelde dat Rembrandt dat zicht ook vaak getekend heeft. Dat lieten we tot ons doordringen. Vandaar mijn liefde/kennis voor/van Rembrandt? De Zeeburgerdijk heette vroeger de Sint Anthonisdijk .
We namen soms ook 'een rijnakie'. in het Merwedekanaal. Dat was al zwemmend ons ophijsen op het gangboord van een rijnaak, tot de schippersvrouw ons er woedend weer afstuurde en we al zwemmend op een retour rijnaak wachtten, om weer hetzelfde te doen. Geen besef dat het uiterst gevaarlijk was. Wel wisten we dat je nooit aan de achterkant van de aak moest klimmen, daar was de schroef en die zou ons, zoals Kees zei, tot gehakt draaien.
Gelukkig wisten onze moeders hier niets van.
Ik woonde wel in de stad, maar je kunt mij geen stadsjeugd aanwrijven. Ik woonde buiten, 'aan het water'.

Coco Snoek, destijds wonend Kramatweg 13
,
2 okt 2008, 14:51

Rijk Nagel

Ergens in de buurt van het Gemeenlandshuis stond (staat) het witte huis ergens tegen de dijk gebouwd en ook horende bij de Diemerzeedijk. Hierin woonden mijn Tanta Marretje Nagel, een zuster van mijn
vader en haar man Rikkert van Zijtveld. Totdat tante Mar in 1942 is overleden was het een paradijs voor ons, want alles kon en mocht daar. Weet nog dat tante Mar vee op de dijk had lopen. In de bijkeuken die tegen de binnenkant van de dijk aan stond, werd van alles gedaan ook de was in een grote ketel op een oud fornuis. Tante Mar stookte dit fornuis met oude palen van de zeewering vol met teer, deze palen pasten niet in het fornuis dus bleef een groot stuk van de paal naar buiten steken door de openstaand deur, met een krukje er onder en schoof tante Mat de paal steeds zo veel op als er verbrand was. Dat branden van die paal met teer maakte op ons kinder een geweldige indruk, vooral toen op godsdienstles de dominee over de vlammen van de hel vertelden. Zoveel dat ik het me nu na 70 jaar nog kan herinneren. R. Nagel Sr. (rnagelsr@wxs.nl)

Rijk Nagel
,
11 jun 2007, 17:18
Reacties (3)

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website